Betonie

Algemeen

Ik kan mij goed voorstellen dat bij de eerste blik van deze plant meteen gedacht wordt aan een Andoorn-soort, bijv. Moerasandoorn (Stachys palustris). Logisch want het is hetzelfde geslacht. Alleen zijn de stengels kaler, minder bezet met stengelbladeren. En Betonie is stukken zeldzamer. De kans dat je hem in het wild aantreft is niet zo groot. Meestal is dit in een heemtuin e.d. wat ook de gele stippen op het Floron verspreidingskaartje verklaart. Als je Betonie googlet of opzoekt kom je opvallend veel verhalen tegen over de geneeskrachtig Betonie wel niet is. De wetenschappelijke naam eindigt niet voor niets op Officinalis (zie de verklaring van de wetenschappelijke naam). In de Griekse en Romeinse oudheid werd de Betonie al veel als braakmiddel en bij het stelpen van bloed toegepast. Pedanius Dioscorides beschreef al de werking op het zenuwstelsel en Antonia Musa beschreef in De Herba Vettonica 47 kwalen, waartegen Betonie als geneeskrachtig kruid gebruikt kon worden. In de Middeleeuwen werd de plant gebruikt bij bezweringen.

Publicatie Musa

In 2025 is deze plant een icoon-soort van het levend archief in de provincie Limburg. Het Levend Archief wil de genetische diversiteit van wilde planten veilig stellen door zaden te verzamelen van inheemse plantensoorten en deze op te slaan in de Nationale Zadencollectie. In de heischrale kalkrijke graslanden van Limburgse heuvelland groeit Betonie. Deze paarse bloeiende plant is lid van de lipbloemenfamilie en kwam ooit veelvuldig voor in zowel begraasde als gehooide graslanden, vaak op de iets vochtigere en iets zuurdere plekken. Maar ook in bosranden en zomen kwam je de soort tegen. Betonie is een belangrijke plant voor bestuivers en trekt met name veel bijen aan. Tegenwoordig is de soort zeldzaam geworden door intensief landgebruik en het verdwijnen van hakhoutbossen. Het Limburgs landschap wil graag meer te weten komen over wat de genetische variatie binnen de bestaande populaties en nieuwe populaties is, om zo te komen tot een duurzaam behoud en mogelijk versterking van deze iconische soort. In 2025 krijgt deze plant extra aandacht.  Betonie bloeit in Juni tot en met Augustus.

In 1700 publiceerde de Franse botanicus Joseph Pitton de Tournefort (5 juni 1656 - 28 december 1708) al een 3-delige boekenserie Institutiones Rei Herbariae met daarin een prachtige afbeelding van de bloem (delen) van deze plant.

     

Een leuk feitje; Betonie wordt genoemd in Cadfael seizoen 1, aflevering 1, One Corpse Too Many, wanneer Cadfael een verband met betonie doordrenkt om de wond van een gewonde te helpen genezen. Op de website van Flora van Nederland is een Videodeterminatie van deze plant te zien.

Er komen in minstens 5  Andoorn (Stachys) soorten in het wild voor in Nederland:

  • Akkerandoorn (Stachys arvensis) - vrij zeldzaam
  • Betonie (Betonica officinalis/Stachys officinalis) - zeldzaam
  • Bosandoorn (Stachys sylvatica) - algemeen
  • Moerasandoorn (Stachys palustris) - algemeen
  • Wollige andoorn (Stachys byzantina) - vrij zeldzaam

Verklaring Nederlandse naam

Nederlandse plantennamen zijn te vinden op een standaardlijst opgesteld door FLORON en Naturalis. Nieuwe Nederlandse namen voor wilde planten worden niet zomaar gekozen. Een comité van Nederlandse en Vlaamse taxonomen beoordeelt de voorstellen. Zelf een voorstel voor een nieuwe naam doen, mag natuurlijk. Zeker als de nieuwe soort zelf is gevonden. Iedereen vanaf Nederlands sprekend België tot aan Friesland moet tenslotte weten dat het om dezelfde plant gaat.

Vaak hebben planten al een Nederlandse naam. Dat is bijvoorbeeld het geval bij soorten die al geruime tijd in België voorkwamen, en bij cultuurgewassen. Voor namen van cultuurgewassen wordt ook gebruik gemaakt van de Standaardlijst van Nederlandse namen van cultuurplanten van NAK tuinbouw.

De commissie voor Nederlandse Plantennamen bestaat uit de volgende disciplines:

Als je Betonie opzoekt op etymologiebank.nl  krijg je een heleboel resultaten van de mogelijke afkomst van het woord Betonie. De meest waarschijnlijke lijkt mij die van Plinius. Volgens hem houdt de naam verband met een Gallische stam, de Vettonen. Maar echt duidelijker wordt het niet.

Meer

Zie ook de wetenschappelijke verklaring

Bevruchting en verspreiding

Eerst een grappig detail. Carl Linnaeus beschreef in zijn publicatie Species Plantarum het plantenrijk verdeeld op basis van het aantal meeldraden stempels in de bloem. Deze publicatie kwam voor het eerst uit in 1753. Pas 20 jaar! later in 1793 beschreef Christian Konrad Sprengel de daadwerkelijke functie van deze meeldraden en het belang hiervan i.c.m. insecten.

De meeste planten worden door insecten bestoven. Maar niet elke plant is geschikt voor elk insect. Hier is over nagedacht! Vingerhoedskruid is bijv. geschikt voor grote bijen e.d. Maar een hommel past nooit in een smalle kelkbuis van bijv. Blauw glidkruid. Elke plant is gebouwd voor bepaalde insecten. Planten met een groot bloem oppervlak zoals bijv. een Klaproos of Madeliefje.

Ook geur is belangrijk voor bestuivers. Denk maar aan de geur van Welriekende nachtorchis. Deze geur lokt Nachtvlinders naar de bloem. Ook Poelruit heeft bijv. een aparte geur die dan weer een specifiek soort bestuiver aan trekt. Sommige planten vinden wij als mensen niet echt prettig ruiken, insecten denken daar anders over. Varkenskers is daar een goed voorbeeld van.

Ook de kleur van de plant is belangrijk. Want wat wij waarnemen ziet een insect anders. Het menselijk oog ziet een deel van het lichtspectrum (tussen de 400 en 750nm) niet wat een insecten-oog wel ziet (tussen de 315 en 400nm). Onderstaande afbeelding geeft dit goed weer.

  

Juist dit stukje is voor bestuivers erg belangrijk. Wat wij zien als een twee egaal gekleurde bloemen die niet zoveel in kleur van elkaar verschillen ziet een insect als twee totaal andere bloemen. De kleuren geel en wit komen bij circa 58% van de inheemse plantensoorten voor.

UV-licht laat soms precies zien waar die lekkere nectar zich in de bloem bevindt middels honingmerken. Dit zijn specifieke vormen in het midden van de bloem, met donkere lijnen, vlekjes op de kroonbladen. Deze vormen worden in dit deel van het lichtspectrum zichtbaar waar wij egaal gekleurde kroonblaadjes zien. Deze honingmerken zijn soms zichtbaar. Kijk maar naar de gele ringen van Vergeet mij nietjes-soorten of de gele vlek in het hart van een Maartsviooltje. Maar het honingmerk van een Zonnebloem wordt pas zichtbaar in UV-licht.

De bloemen van Betonie zijn tweeslachtig (hermafrodiet). Ze zijn zo gebouwd dat bestuivers er makkelijk op kunnen landen. Dit gebeurt ook veelvuldig want van bestuiving moet Betonie het hebben. Ze worden veelvuldig bezocht door bijen (vooral hommels ), vlinders en zweefvliegen. Zelfbestuiving vind ook daadwerkelijk plaats maar tegen het einde van de bloeiperiode.

Namen in andere talen

  • English: Betony
  • Français: Épiaire officinale
  • Deutsch: Gewöhnliche Betonie
  • Espanõl: Stachys officinalis
  • Italiano: Betonica comune
  • Svenska: Humlesuga
  • Norsk: Betonie
  • Dansk: Læge-betonie

Verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Betony. Dus gewoon de Engelse benaming voor de Nederlandse naam

Voor de verspreiding van Betonie in Engeland zie deze kaart.

De Franse naam is Épiaire officinale. Épiaire is de Franse benaming voor een Andoorn (Stachys-soort). Stachys officinalis is het officiële synoniem voor de wetenschappelijke naam van Betonie. Officinale is de Franse benaming voor het tweede gedeelte van de wetenschappelijke naam.

De Duitse naam is Gewöhnliche Betonie. Dit betekent "gewone Betonie". Het Gewone is voor diverse andere Betonie-soorten die in Duitsland voorkomen (o.a. Gele, Grootbloemige en Éénjarige Betonie).

Voor de verspreiding van Betonie in Duitsland zie deze kaart.

De Spaanse naam is Stachys officinalis. Zie voor de verklaring de Franse naam.

In Spanje kent men minstens vier namen voor elke plant. De algemene volksnaam, de Catalaanse naam (Provincie in Noord+Oost Spanje tegen de Pyreneeën aan), de Gallische naam (provincie in Noord-West-Spanje) en de Baskische naam (provincie in West-Spanje tegen de Pyreneeën aan). Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.

De Italiaanse naam is Betonica comune. Dit betekent "gewone Betony". Gewone is voor onderscheid met o.a de Betonica hirsuta die in Nederland als tuinplant word verkocht onder de naam Andoorn (Stachys)

De Zweedse naam is Humlesuga. Dit betekent ongeveer "hommelplant". In Zweden heten veel planten van de  lipbloemenfamilie (Lamiaceae) zo. Waarom de Betonie juist zo heet is mij niet bekend.

Voor de verspreiding van Betonie in Zweden zie deze kaart.

De Noorse naam is Betonie. Net zo als o.a de Nederlandse naam.

De Deense naam is Læge-betonie. Dit betekent "genezende Betonie". Een plant met het voegsel Officinalis bij de wetenschappelijke naam krijgt in Denemarken altijd het voegsel Læge voor de Deense naam.

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige plaatsen op matig droge tot matig vochtige, matig voedselarme, niet of weinig bemeste, humeuze, zwak zure tot basische, vaak kalkrijke grond (leem, zand, zavel, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaats
Bosranden, grasland (onbemest grasland, hooiland, kalkgrasland, grazige hellingen), bermen en langs holle wegen.

Verspreiding

Nederland
Zeldzaam in Zuid-Limburg. Elders zeer zeldzaam, o.a. in het rivierengebied.

Vlaanderen
Zeer zeldzaam. Het meest in de Leemstreek.

Wallonië
Algemeen ten zuiden van de lijn Samber en Maas.

Wereld
Gematigde streken in West-Azië (o.a. in de Kaukasus), Noord-Afrika en Oost-, Zuid- en Midden-Europa. Noordwestelijk tot in Nederland.

Bron: Wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Verspreiding

Verspreiding Betonie

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Foto's