Gewone dotterbloem

Algemeen

Als de lente in Nederland goed op dreef is bloeit de Dotterbloem (April en Mei). Langs bijna alle waterkanten, op een paar plaatsen na volgens het verspreidingskaartje, zie je deze mooie gele plant. Door het korte wortelstelsel heeft Gewone dotterbloem een zeer vochtige omgeving nodig hebt wat in Nederland meestal geen probleem is.

Op de website van Flora van Nederland is een Videodeterminatie van deze plant te zien.

Verklaring Nederlandse naam

Gewone omdat er ook een Spindotterbloem (Caltha palustris subsp. araneosa) bestaat.

De naam houdt verband met de dooiergele, vanbinnen niet glanzende, bloemdekbladeren. De woorden "dooier" en "dotter" houden van oorsprong verband met elkaar.

Omdat deze plant vroeger nogal eens werd verward met de Grote boterbloem  (Ranunculus lingua) is één van de Engelse namen ook Buttercup.

Namen in andere talen

  • English: Marsh Marigold, Kingcup
  • Français: Populage des marais, Caltha des marais
  • Deutsch: Sumpf-Dotterblume
  • Espanõl: Calta palustre
  • Italiano: Calta palustre 
  • Svenska: Kabbleka
  • Norsk: Soleihov
  • Dansk: Eng-Kabbeleje

Verklaring buitenlandse namen

Er zijn twee Engelse namen:

  1. Marsh Marigold: March betekent "moeras". Marigold wordt vertaald met "goudsbloem".  Het woord Mari komt eigenlijk van de naam "maagd Maria". Dit woord is waarschijnlijk toegevoegd als toewijding of als dankbaarheid. Het woord Gold komt eigenlijk van het oudEngelse woord Golde, "goudkleurig" dus. Deze "goudsbloem" groeit inderdaad in een zeer vochtige omgeving, meestal aan de waterkant.
  2. Kingcup: Eigenlijk kan je dit het beste vertalen met "koning der boterbloemen". Het is het grootste lid van de familie.

Er zijn twee Franse namen:

  1. Populage des marais De naam Populage komt van het Latijnse Populus wat "populier" betekent. De naam is door botanici van de 16 e eeuw gegeven omdat de plant model stond voor o.a. Plantago (weegbree) en Tussilago ( hoefblad) vanwege de gelijkenis van de bladeren met die van populieren. Des marais betekent "van de moerassen". 
  2. Caltha des marais: Caltha is de eerste wetenschappelijke naam. Des marais betekent weer "van de moerassen".

 De Duitse naam is Sumpf-Dotterblume. Dit betekent "moeras-dotterbloem".

De Spaanse naam is Calta palustre. Dit is de Spaanse benaming voor de volledige wetenschappelijke naam.

De Italiaanse naam is Calta palustre. Dit is de Italiaanse benaming voor ook weer de volledige wetenschappelijke naam. Er is niet één specifieke Italiaanse naam voor een plant, dit verschilt per regio. De hier genoemde naam kan ook nog varianten hebben.

De Zweedse naam is Kabbleka. Dit is een heel moeilijke naam waarover al heel veel geschreven is. Het meest in de buurt komt de betekenis van het woord Kabbe (waar Kabbleka van is afgeleid) dat niet in het Nederlands in één woord te vatten is "clumpy". Of dit slaat op de stengel, knoppen of bloemen is onbekend. Het tweede deel van het woord Kabbleka  is Leka. In het Zweeds is dit een tijd lang verkeerd geïnterpreteerd door de verkeerde vertaling "spelen". Later werd dit vertaald als "mooi". Maar ook dit is onzeker.

Er zij twee Noorse namen:

  1. Soleihov. Deze naam bestaat uit twee delen. Solei komt van Soleie wat Boterbloemfamilie betekent waar deze plant toe behoort. Maar wat Solei echt betekent is mij nog onbekend. Hov betekent "hoef". Gek genoeg komt dit in geen enkele vertaling voor. Meestal wordt de naam , vreemd genoeg, vertaald met "sleutelbloem". Hov betekent "hoef" vawege de vorm van de bladeren die op een paardenhoef lijken (een niet bijster orginele benaming omdat heel veel bladeren die vorm hebben).
  2. Bekkeblom. Dit betekent "beek/sloot bloem".

De Deense naam is Eng-Kabbeleje. Het woord Eng betekent "weide". Alhoewel deze weide wel heel vochtig moet zijn. Voor de uitleg van Kabeleje zie de Zweedse naam.

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, weinig of niet bemeste grond (leem, zand, zavel, lichte klei (geen zeeklei) en laagveen). Vaak op kwelplekken en zoutmijdend.

Groeiplaats
Waterkanten (o.a. langs greppels, sloten en kanalen), moerassen (rietland en buitendijks rietland), grasland (nat, licht bemest grasland), langs spoorwegen (langs spoorsloten) en bossen (moerasbossen, bronbossen en beschaduwde beekoevers).

Verspreiding

Nederland
Vrij algemeen, vooral in laagveengebieden en het rivierengebied, zeldzaam tot zeer zeldzaam in Zeeland, in het noordelijk zeekleigebied, op de Waddeneilanden en in Flevoland.

Vlaanderen
Vrij algemeen, maar zeer zeldzaam in het kustgebied. Het meest in de Kempen, de Leemstreek en de Zandleemstreek.

Wallonië
Vrij algemeen.

Wereld
Gematigde en koude streken op het noordelijk halfrond.

Meer

Zie ook de wetenschappelijke verklaring

Verspreiding Gewone dotterbloem

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Foto's