Gewone smeerwortel

Verklaring Nederlandse naam

Uit de penwortel van deze plant werd een gom-achtige stof gewonnen die als heelmiddel bij wonden werd gebruikt. Aan deze taaie substantie dankt de plant haar naam.

Algemeen

Op de website van Flora van Nederland is een Videodeterminatie van deze plant te zien.

Namen in andere talen

  • English: Common comfrey
  • Français: Consoude officinale
  • Deutsch: Gemeiner Beinwell
  • Espanõl: Consuelda mayor
  • Italiano: Consolida Maggiore
  • Svenska: Äkta vallört
  • Norsk: Valurt
  • Dansk: Læge-Kulsukker

Verklaring buitenlandse namen

De Engelse naam is Common comfrey. Common betekent "gewoon" en Comfrey is een verbastering van Con Firma. Dit is Latijn en betekent "iets samenvoegen". Deze plant stond o.a. bekend om het gebruik bij botfracturen.

De Franse naam is Consoude officinale. Consoude komt van het Latijnse Consolidare. Dit betekent "solide/dikmakend". Voor uitleg zie de Engelse naam. Officinale is de tweede wetenschappelijke naam.

De Duitse naam is Gemeiner Beinwell: Dit betekent letterlijk "algemene beenheler". Het woord Well komt waarschijnlijk uit het Oudduits en betekent "helend".

De Italiaanse naam is Consolida Maggiore: Het woord Consolidare wordt bij de Franse naam uitgelegd. Maggiore betekent "groot". De plant kan flink aan de maat zijn maar om hem daarmee groot te noemen. Of de helende eigenschappen zijn groots.

De Zweedse en Noorse naam is nagenoeg gelijk, Äkta vallört/Valurt. Äkta betekent "echte". Vall/val betekent "dijk/muur". Ört/eurt/urt is de Scandinavische term voor "kruid". Dus "muurkruid". Deze naam benadrukt de plek waar de plant van origine groeit. Het woord Muur e.d komt ook bij veel volksnamen in andere talen terug. Tegenwoordig zie je deze plant echt overal!

De Deense naam is Læge-Kulsukker. Dit betekent letterlijk "arts-koolsuiker". Hiermee wordt bedoeld dat de plant medicinaal interessant is en dat de wortels aan de buitenkant zo zwart als kool zijn maar aan de binnenkant zo wit als suiker.

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op natte tot vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke grond (alle grondsoorten, maar weinig op puur veen).

Groeiplaats
Waterkanten (oeverruigten, langs rivieren, beken en stenen beschoeiingen), moerassen (venen en verruigde rietmoerassen), ruigten (natte ruigten), bossen (loofbossen en grienden), struwelen, heggen in uiterwaarden, dijken, bermen, grasland (kwelplekken in weiland en uiterwaardhooiland), zeeduinen, iets omgewerkte grond en akkers (maisakkers).

Verspreiding

Nederland
Algemeen, maar zeldzaam op de Waddeneilanden.

Vlaanderen
Algemeen, maar ontbrekend in sommige delen van de Kempen.

Wallonië
Vrij algemeen, maar vrij zeldzaam in de Ardennen.

Wereld
Gematigde streken in West-, Midden- en Oost-Europa. Noordelijk tot in Midden-Scandinavië en zuidelijk tot de Pyreneeën, Midden-Italië en de Balkan. Ook in Centraal-Azië. Ingeburgerd in Noord-Amerika, Nieuw-Zeeland en Australië.

Meer

Zie ook de wetenschappelijke verklaring.

Verspreiding Gewone smeerwortel

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Foto's