Groot blaasjeskruid

Algemeen

Blaasjeskruid is een vleesetende plant. Dit klinkt indrukwekkender dan het daadwerkelijk is, maar hij is afhankelijk van voedingsstoffen van gevangen waterinsecten. De plant is in staat om waterinsecten te vangen met zogenaamde vangblaasjes op de stengels. Uit deze blaasjes wordt eerst al het water naar buiten gepompt, zodat er een soort vacuüm ontstaat. Als er vervolgens een insect voorbij zwemt dat een haartje op een van de blaasjes aanraakt, springt deze open en wordt het diertje naar binnen gezogen. Dit gebeurt in 0,001 sec. Zeer snel dus en ruim honderd keer sneller dan de bijv. overbekende Venus vliegenval. Groot blaasjeskruid bloeit vanaf Juni tot en met September.

Verklaring Nederlandse naam

De kroonbladeren van deze plant zijn gevormd tot blaasjes die als een fuik werken om kleine diertjes (insecten) te vangen.

Namen in andere talen

  • English: Greater Bladderwort
  • Français: Utriculaire commune
  • Deutsch: Gemeiner Wasserschlauch
  • Espanõl:
  • Italiano: Erba vescica comune
  • Svenska: Vattenbläddra
  • Norsk: Storblærerod
  • Dansk: Almindelig Blærerod

Verklaring buitenlandse namen

De Engelse naam is Greater Bladderwort. Dit betekent "groot blaasjeskruid", net zoals de Nederlandse naam. Wort wordt over het algemeen in het Engels gebruikt voor een plant die geneeskrachtige werkingen heeft of waardevol is als voedsel.

De Franse naam is Utriculaire commune. Utriculaire is de Franse benaming voor de eerste wetenschappelijle naam.

De Duitse naam is Wasserschlauch. Dit betekent waterslang net zoals de betekenis van de eerste wetenschappelijke naam Utricularia. De uitleg hiervoor staat bij het algemene verhaal.

De Zweedse naam is Vattenbläddra: Dit betekent "waterbladeren".

De Noorse naam is Storblærerod. Dit betekent "groot blaasjes wortel". Dit geeft duidelijk aan dat het bijzondere blaasjes systeem onder water zit, bij de wortel.

De Deense naam is Almindelig Blærerod. Bijna het zelfde als de Zweedse naam, "algemene blaasjes wortel".

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige tot half beschaduwde plaatsen in rustig, ondiep, matig voedselrijk, weinig of niet verontreinigd, stilstaand of langzaam stromend, neutraal tot basisch, zoet, zelden zwak brak water met een organische bodem (laagveen, rivierklei met een venige modderlaag en soms op venig zand).

Groeiplaats
Sloten, kleine plassen, luwe hoeken van groter water, spoorsloten, oeverzones van afgesneden rivierarmen, oude kleiputten, poeltjes in moerassen en drijftillen.

Verspreiding

Nederland
Plaatselijk vrij algemeen in laagveengebieden in Groningen, Fryslân, Noordwest-Overijssel en op de grens van Holland en Utrecht. Ook plaatselijk vrij algemeen in het rivierengebied in Gelderland, in Midden-Nederland, Zuidoost-Fryslân, Drenthe en Noord-Brabant. Zeer zeldzaam elders in Gelderland, in het noordelijk zeekleigebied, in Zeeland en in Flevoland.

Vlaanderen
Zeer zeldzaam. Het meest nog in de Kempen.

Wallonië
Zeer zeldzaam.

Wereld
Europa, gematigde streken in Azië en in Noord-Afrika. In Noord-Amerika groeit een andere ondersoort.

Meer

Zie ook de wetenschappelijke verklaring.

Verspreiding Groot blaasjeskruid

 

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Foto's