Heelblaadjes

Algemeen

Heelblaadjes komt voor met een Biotoopvoorkeur: storingsmilieus. Dat betekent niet meer dan "waar in de grond is gerommeld". Dat is meestal langs de slootkant waar bijv. de beschoeiing is vernieuwd. Toch heeft de plant meer eisen want in heel noordoost-Nederland komt de plant nauwelijks voor. Als hij te zien is dan is dat in Juli tot en met September. 

Verklaring Nederlandse naam

Dit plantje (en vele andere) hadden vroeger een helende werking bij verwondingen en de ziekte Dysenterie (alhoewel dit helemaal niet zo duidelijk is). Veel planten kregen vroeger de naam Heelblaadje. Deze plant heeft die naam kennelijk gehouden.

Namen in andere talen

  • English: Common fleabane
  • Français: Pulicaire dysentérique
  • Deutsch: Großes Flohkraut
  • Espanõl:
  • Italiano:
  • Svenska: Strand-loppört
  • Norsk: Strand-loppeurt
  • Dansk: Strand-Loppeurt

verklaring Buitenlandse namen

Er zijn twee Engelse namen:

  1. Common fleabane: Dit betekent "gewone vlooien verderf/vergif". Het woord gewoon is zo om onderscheid te maken omdat er meer planten in Engeland deze naam hebben gekregen. Namelijk Vlooienverderf. Men verbrandde vroeger deze plant en de rook verdreef dan vlooien en andere insecten. Bijvoorbeeld Klein vlooienkruid (Pulicaria vulgaris) heet ook zo.

De Franse naam is Pulicaire dysentérique. Dit is de volledige wetenschappelijke naam.

De Duitse naam is Großes Flohkraut. Dit betekent "groot vlooienkruid". Het woord Groot is simpel ui te leggen. Er bestaat ook een Klein vlooienkruid (Pulicaria vulgaris). Vlooienkruid is trouwens een vertaling van het eerste deel van de wetenschappelijke naam.

De Zweedse, Noorse en Deense zijn min of meer gelijk, Strand-loppeurt/ört. Het woord Strand wil niet zeggen dat deze plant alleen op het strand voor komt. Sterker nog Heelblaadjes verdraagt geen zoute bodem, wel brakke. Het woord Strand wil alleen zeggen dat de plant graag op vochtige bodem groeit. Lopp betekent "vlo" en Ört/eurt/urt is de Scandinavische term voor "kruid".

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige tot soms licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot vaak natte, matig voedselrijke, matig stikstofrijke, humushoudende, kalkhoudende en/of brakke grond (duinzand, leem, löss en klei). Ook op licht brakke grond. Vaak op verstoorde grond.

Groeiplaats
Zeeduinen (duinvalleien), bermen, dijken, waterkanten (kanalen, rivieren, beken, greppels en sloten), grasland, langs spoorwegen, moerassen (ruige rietmoerasjes), afgravingen (leem- en kleigroeven) en in ruigten tussen laag struweel.

Verspreiding

Nederland
Algemeen in Zeeland, vrij algemeen in de duinen, Zuid-Limburg, het rivierengebied, langs de Dommel en langs het IJsselmeer en vrij zeldzaam in het Waddengebied. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Vlaanderen
Algemeen, maar veel zeldzamer in de Kempen.

Wallonië
Vrij algemeen in Brabant en vrij zeldzaam in het Maasgebied en de zuidelijke Ardennen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Wereld
Zuidwest-Azië en West-, Midden- en Zuid-Europa.

Meer

Zie ook de wetenschappelijke verklaring.

Verspreiding Heelblaadjes

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Foto's