Grote klit

©Martin Stevens


Algemeen

Ondanks de schijnbare succesvolle (bijna irritante) eigenschap om overal tegen aan te klitten is deze plant niet overal te vinden  in Nederland. Zeker in het Noorden en in grote delen van noord-Brabant laat hij het afweten. Kennelijk speelt de bodemgesteldheid ook een belangrijke rol. Vroeger werden de wortels van Grote klit veel gegeten. De penwortels kunnen lang worden (soms een halve meter) en men at het in Europa al een soort casave. In Japan geld het echter nog steeds als een maaltijd onder de naam "Takinogawa Long". 

Elk jaar is er weer een discussie op sociale media of het nu Klis of Klit is. Het mag allebei! Al zie ik de laatste tijd een voorkeur (inclusief ikzelf) voor het gebruik van Klit. Er zij meerdere verschillen tussen Gewone/Kleine klit en Grote klit. Maar het voornaamste verschil is wel dat de Grote klit (Arctium lappa) onderscheidt zich van de Gewone klit/Kleine klit (Arctium minus) klit doordat de bladsteel van de rozetbladen bij de Grote klit gevuld en bij de Gewone klit aan de voet hol is. Aangezien dit op zicht het eerste en belangrijkste verschil is kan je onthouden dat de Grote klit Goed gevuld is. 

Op de website van Flora van Nederland is een Videodeterminatie van deze plant te zien.

Verklaring Nederlandse naam

Grote want er bestaan verschillende soorten Klitten. O.a. de Grote klit (Arctium lappa) en de  Donzige klit (Arctium tomentosum). Klein is hier absoluut niet maatgevend. Het is puur ter onderscheid van de andere soorten. Het verschil is alleen in een goede flora te lezen.

De naam klit is vanzelfsprekend. Door de stekelige bloemhoofdjes blijven deze overal aan klitten. De wetenschappelijke naam voor de soortnaam voor Klit (Arctium lappa) bevestigt dit. Lappa is afgeleid van Labein (Grieks) en betekent "vasthouden". Dit omdat de stekelachtige bloemhoofdjes met hun weerhaakjes makkelijk blijven haken aan de vacht van een dier (of aan sokken, jas e.d.).

Namen in andere talen

  • English: Greater burdock
  • Français: Grande Bardane
  • Deutsch: Große Klette
  • Espanõl: Lampazo mayor
  • Italiano: Bardana maggiore
  • Svenska: Stor kardborre
  • Norsk: Storborre
  • Dansk: Glat Burre

Verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Greater burdock. Greater betekent "grotere" er bestaat ook een Lesser burdock (Arctium minus) en het woord Burdock bestaat uit twee delen. Met Bur wordt een stekelig hoofdje /bol bedoeld. Het zou kunnen komen van de Scandinavische taal. Bijvoorbeeld het Deense Burre. Het woord Dock zou refereren naar de grote bladeren van de plant. Dit heb ik echter nog nooit gelezen.

De Franse naam is Grande Bardane. Grande betekent "groot". De herkomst van het woord Bardane is hoogst onzeker. De enige verklaring die ik tegen kwam is dat het woord zou afstammen van het middeleeuwse Latijn Bardana. Later is dit weer veranderd in Dardana en dit is weer overgenomen in het Duits. Maar wat ik al schreef, hoogst onzeker. Dus is de herkomst van Bardana eigenlijk onbekend.

De Duitse naam is Große Klette. Dit betekent het zelfde als de Nederlandse, Grote klit.

De Spaanse naam is Bardana. Zie de Franse naam.

De Italiaanse naam is Bardana maggiore. Voor Bardana zie de Franse naam. Maggiore betekent "groter".

De Zweedse naam is Stor kardborre. Stor betekent "groot". Kard komt van Karda wat "kaarden" betekent en met Borre wordt in het algemeen een bol met stekels mee bedoeld. Dus een klit om wol mee te kaarden.

De Noorse naam is Storborre. Deze naam is min of meer gelijk aan de Zweedse dus "grote borre".

De Deense naam is Glat Burre. Glatt betekent "glad", dus "gladde borre". Dit om onderscheid te maken met de Donzige klit (Arctium tomentosum). Voor het woord Borre zie de Zweedse naam.

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige tot licht beschaduwde, vrij open plaatsen op vochtige, voedselrijke grond (van zand tot klei, maar vooral rivierklei). Vooral op plaatsen waar veel aanspoelsel blijft liggen.

Groeiplaats
Struwelen, hooggelegen grienden, heggen in uiterwaarden, bossen (rivierbegeleidende loofbossen en langs paden in essenhakhoutbosjes), akkers, bermen, omgewerkte grond, ruigten (grazige en humeuze ruigten), braakliggende grond, waterkanten (langs rivieren, rivierkribben), kapvlakten, dijken, geluidswallen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), haventerreinen, industrieterreinen en bij steenfabrieken.

Verspreiding

Nederland
Plaatselijk vrij algemeen in het rivierengebied en in Zeeland en vrij zeldzaam in laagveengebieden en in het midden van het land. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Vlaanderen
Vrij algemeen. Het meest in de rivierdalen van de Schelde en de Maas. Vrij zeldzaam in het kustgebied.

Wallonië
Vrij algemeen in de zuidelijke Ardennen, in Brabant en in het Maasgebied (Leemstreek, Kalkstreek en Lotharingen).

Wereld
Gematigde streken in Europa en Azië, met een onderbreking in Centraal-Azië. Ingeburgerd in Noord-Amerika en op enkele plaatsen op het zuidelijk halfrond (Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland).

Meer

Zie ook de wetenschappelijke verklaring.

Verspreiding Grote klit

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten