Krabbenscheer

Algemeen

Een zeer interessant stukje vond ik op Wikipedia. De plant kent een unieke cyclus door het jaar heen: in de winter verblijven planten op de bodem van de wateren waarin zij groeien. In het voorjaar, wanneer de fotosynthese weer op gang komt, vormt de plant nieuwe bladeren, met cellen die met gas gevuld zijn, waardoor het drijfvermogen van de plant toeneemt en hij naar de oppervlakte omhoog komt. Alleen drijvende planten, met boven het water uitstekende bladeren, kunnen bloeien. In het najaar vullen de cellen zich weer met water en zinkt de plant naar de bodem. Krabbenscheer vervult een belangrijke functie bij het verlandingsproces in wateren in het laagveengebied. 

Krabbenscheer is een algemene soort maar staat op de Rode lijst te boek als gevoelig. Sinds 1950 is deze plant 50 % tot 75 % achteruitgegaan. 

Verklaring Nederlandse naam

Het deel krabbe wordt verklaard door de vorm van de bloemsteel. De twee schutblaadjes vormen de schaar van de krab. Het deel scheer is een oud woord voor schaar. Dus de hele naam is eigenliik krabbeschaar

Namen in andere talen

  • English: Water soldier
  • Français: Aloès d'eau
  • Deutsch: Krebsschere
  • Espanõl:
  • Italiano: Erba coltella dei fossi 
  • Svenska: Vattenaloe
  • Norsk: Vassaloe
  • Dansk: Krebseklo

verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Water soldier. Dit betekent "watersoldaat". Deze plant komt alleen in het Water voor. Het woord Soldaat komt van het eerset deel van de wetenschappelijke naam.

De Franse naam is Aloès d'eau. Dit is de Franse benaming voor de Engelse naam, "watersoldaat".

De Duitse naam is Krebsschere. Dit is de Duitse benaming voor de Nederlandse naam.

De Zweedse en Noorse naam zijn bijna gelijk, Vattenaloe/Vassaloe. Dit betekent "water aloé". De bladeren van Krabbescheer zijn opvallend vergelijkbaar met de bladeren van een Aloë  vera (Aloe vera). In veel andere talen zie je deze volksnaam ook terugkomen.

De Deense naam is Krebseklo. Dit betekent "kreeftenschaar".

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige, luwe plaatsen in ondiep, stilstaand of langzaam stromend, matig voedselrijk tot voedselrijk, zoet tot soms zwak brak, zwak zuur tot zwak kalkhoudend water met een bodem van laagveen, rivierklei of zand.

Groeiplaats
Water (spoorsloten, plassen, vijvers, luwe zijden van niet te grote plassen, petgaten, brede maar niet te diepe sloten, nieuwe kavelsloten, niet meer gebruikte kanalen, hoogveenwijken en hoogveenpoelen met binnendringend voedselrijk water, oude afgravingen en afgesloten rivierarmen).

Verspreiding

Nederland
Plaatselijk vrij algemeen in laagveengebieden, met name in Fryslân, bij Groningen, in Zuidwest-Drenthe, Noord- en West-Overijssel, Midden- en oostelijk Zuid-Holland, in aangrenzende delen van Noord-Holland en Utrecht, in het Gelderse rivierengebied en in noordelijk Noord-Brabant. Elders zeer zeldzaam of ontbrekend.

Vlaanderen
Zeer zeldzaam, o.a. nog in de Scheldevallei.

Wallonië
Niet in Wallonië.

Wereld
Koel-gematigde streken in West- en Midden-Azië en Europa. Noordelijk van Midden-Engeland door Zuid-Zweden en Finland naar Noord-Rusland en zuidelijk tot in het dal van de Donau tot aan de Zwarte zee. Ook in de Povlakte. Min of meer ingeburgerd in Schotland, Ierland en Frankrijk.

Meer

Zie ook de wetenschappelijke verklaring.

Verspreiding Krabbenscheer

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Foto's