Ruig klokje

Algemeen

Verklaring Nederlandse naam

De naam geeft weer wat op de foto goed te zien is. Zowel de kroonbladeren, de kelkbladeren als de stengelbladeren zijn bezet met lange witte haren.

Namen in andere talen

  • English: Nettle-leaved bellflower
  • Français: Campanule gantelée, Campanule à feuilles d'ortie
  • Deutsch: Nesselblätterige glockenblume
  • Espanõl:
  • Italiano: Campanula selvatica
  • Svenska: Nässelklocka
  • Norsk: Nesleklokke
  • Dansk: Nælde-Klokke

Verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Nettle-leaved bellflower. Dit betekent letterlijk "op Brandnetelblad gelijkende klokjebloem". Bijna alle delen van de plant zijn inderdaad bezet met haren. Maar deze zijn lang en wit en niet zo als bij Brandnetels (zoals bijv. Grote brandnetel (Urtica dioica) vijfde foto) bijna transparant en kort. Het stengelblad lijkt inderdaad op die van een Brandnetel.

Er zij twee Franse namen:

  1. Campanule gantelée. Campanule is de Franse benaming voor het eerste gedeelte van de wetenschappelijke naam. Ganteleé komt waarschijnlijk van Gantelet dat "handschoen" betekent. Dit moet je zien zoals de Nederlandse naam Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea).
  2. Campanule à feuilles d'ortie. Campanule is weer de Franse benaming voor het eerste gedeelte van de wetenschappelijke naam. À feuilles d'ortie betekent net als de Engelse naam "op Brandnetelblad gelijkend".

De Duitse naam is Nesselblätterige glockenblume. Dit is ook gelijk aan de Engelse naam.

De Italiaanse naam is Campanula selvatica. Campanule is de Franse benaming voor het eerste gedeelte van de wetenschappelijke naam. Selvatica betekent "wild" dit in tegenstellling tot de vele cultuurvarianten.  Er is niet één specifieke Italiaanse naam voor een plant, dit verschilt per regio. De hier genoemde naam kan ook nog varianten hebben.

De Zweedse/Noorse en Deense naam is min of meer gelijk. Dit betekent wederom "brandnetelklokje".

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselarme tot meestal matig voedselrijke, neutrale tot meestal kalkhoudende en lemige grond (leem, mergel, löss en stenige plaatsen).

Groeiplaats
Bossen (kalkrijke loofbossen, hellingbossen en langs bospaden), bosranden, heggen, struwelen, hakhout, kapvlakten, waterkanten (oeverwallen in beekbegeleidende bossen), langs spoorwegen (spoorbermen) en steile wanden.

Verspreiding

Nederland
Plaatselijk vrij algemeen in Zuid-Limburg, zeldzaam in het rivierengebied, in de Achterhoek en rondom Nijmegen en zeer zeldzaam in het midden van het land.

Vlaanderen
Vrij zeldzaam in de Leemstreek. Elders zeldzaam of ontbrekend.

Wallonië
Vrij algemeen in Brabant, in het Maasgebied en in Lotharingen (in de zuidelijke Ardennen).

Wereld
In Europa, behalve in de noordelijkste en westelijkste delen. Ook in Noordwest-Afrika en op enkele plaatsen in West- en Midden-Azië.

Meer

Zie ook de  wetenschappelijke verklaring

Verspreiding

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Foto's