CirsiumDissectum


Algemeen

Als je Spaanse ruiter intypt bij Google zie je dat er van alles en nog wat Spaanse ruiter heet. En dan is er ook nog de ingewikkelde, mogelijke, verklaring voor de plant. De lange balken van hout of staal, omwikkelt met prikkeldraad, als versperring van ingangen of doorgangen. Gebruikt in de tachtigjarige oorlog, toen de Spanjaarden met dit middel de ‘vijand’ op afstand probeerden te houden? Of de klassieke dressuur van de Spaanse rijschool? Maar voor mij is de Spaanse ruiter een vrij zeldzame soort die erg lijkt op het Knoopkruid (Centaurea jacea). Maar in tegenstelling tot deze plant staat de Spaanse Ruiter als kwetsbaar op de Rode lijst. De plant heeft een wortelstok met uitlopers. De Spaanse ruiter groeit dan ook in groepen bij elkaar en bloeit in Juni en Juli.

Verklaring Nederlandse naam

Met behulp van een Belgische biologieleraar W. Dekonink (zie bronvermelding) heb ik drie mogelijke verklaringen:

  1. De plant met de Nederlandse naam Spaanse ruiter werd door Linnaeus in het taxonomisch basiswerk Species plantarum (1753) beschreven onder de Latijnse namen Carduus dissectus, Cirsium anglicum en Cirsium majus. De beschrijving van de plant wordt gevolgd door de zin “Habitat in Anglia, Gallia”, d.w.z. komt voor in Engeland en Gallië. Het tweede, soortaanduidende woord in Cirsium anglicum verklaart al hoe het komt dat de plant ook de Franse namen Cirse d’Angleterre en Cirse anglais en de Duitse naam Englische Kratzdistel kreeg. Het is niet ongewoon dat voor een plant waarvan Linnaeus aangaf waar ze voorkomt dan in de Nederlandse naam dit gebied van herkomst ook aangegeven wordt. Bij de Spaanse aak bijvoorbeeld, die Linnaeus met de nog huidige naam Acer campestre vermeldt, staat “Habitat in Scania & australiori Europa”, d.w.z. komt voor in Scania, dit is een provincie in Zweden, en in Zuid-Europa en dat omvat natuurlijk ook Spanje, zodat daarmee de herkomst van Spaanse in de plantennaam Spaanse aak verklaard is.
  2. In Species plantarum van Linnaeus staat dat Carduus dissectus, nu Spaanse ruiter, voorkomt in Gallia. Gallia of Gallië is West-Europa, d.w.z. Frankrijk, België, delen van Nederland en Duitsland ten westen van de Rijn en het westen van Zwitserland. Nu wagen we ons aan de volgende veronderstelling: zou de plantenkenner die voor het eerst de naam Spaanse ruiter ontwierp het woord Gallia dat Linnaeus als groeiplaats aanduidde, geïnterpreteerd hebben als Gallicia, een oude naam voor Galicië, een landstreek in Spanje, ten noorden van Portugal? Zoals voor de hiervoor vermelde Franse en Duitse namen de groeiplaats die Linnaeus aangaf opgenomen werd in de naam, zou de ontwerper misschien wel verkeerdelijk gedacht hebben dat de plant ook in Spanje groeit… Voor zover we hebben kunnen nagaan komt de plant wel in de Pyreneeën voor, maar niet in Spanje.
  3. Daarmee is nog niet het woord ruiter in de naam van de plant verklaard. Misschien kende de ontwerper van de plantennaam de twee soorten bouwsel die Spaanse ruiter heten. Het ene bouwsel is een soort barricade bestaande uit gekruiste houten palen met dwarse stukken en daarover prikkeldraad, nu nog altijd soms gebruikt om bij massamanifestaties het volk tegen te houden. Een tweede soort Spaanse ruiter is een 2 tot 3 meter lange balk met pinnen bezet en die ingezet wordt om een toegang af te sluiten. De naam Spaanse ruiter dateert uit de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) in de Nederlanden toen de Spanjaarden in de stad Groningen met dergelijke bouwsels de aanstormende cavalerie op afstand hield. Dergelijke bouwsels worden ook Friese ruiters genoemd. Nu is het mogelijk dat de ontwerper van de plantennaam Spaanse ruiter aan die langwerpige bouwsels dacht, de plant heeft inderdaad ook een langwerpige, niet vertakte stengel en de plant is weliswaar een distel met stekels, hoewel die eerder nogal zacht zijn.

Het zijn mogenlijke verklaringen dus is de naam Spaanse ruiter is mij nog onbekend.

Namen in andere talen

  • English: Meadow Thistle
  • Français: Cirse anglais
  • Deutsch: Englische Kratzdistel
  • Espanõl:
  • Italiano: Cardo sbrandellato
  • Svenska: Ängstistel
  • Norsk:
  • Dansk: Engelsk tidsel

verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Meadow Thistle. Dit betekent "weidedistel". In dit geval is weide dé plek waar je Spaanse ruiter mag verwachten. Deze plant is wel een distel maar heeft niet of nauwelijks de stekelige stengelbladeren en heeft nagenoeg een kale stengel.

Er zijn twee Franse namen:

  1. Cirse anglais. Dit betekent Engelse Circe. De mogelijke verklaring is te vinden bij de eerste verklaring van de Nederlandse naam
  2. Cirse des prairies. Dit is net zoals de vorige naam een combinatie van het eerste deel van de wetenschappelijke naam en het woord Praires wat "weides" betekent.

De Duitse naam is Englische Kratzdistel. Dit betekent 

De Zweedse naam is Ängstistel. Dit betekent "weidedistel".

De Noorse naam is

De Deense naam is Engelsk tidsel. Dit betekent ook Engelse distel, net zoals bijv. de Franse naam.

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige plaatsen op vochtige tot vaak vrij natte, matig voedselarme, niet bemeste, meestal zwak zure of soms kalkhoudende grond (veen, venig zand, leem en klei). Het grondwaterpeil ligt het hele jaar vrij dicht onder het maaiveld.

Groeiplaats
Grasland (bauwgrasland, schraal hooiland en laaggelegen veenachtig grasland), bermen, zeeduinen (duinvalleien) en heide (moerassige plaatsen).

Verspreiding

Nederland
Zeldzaam in laagveenstreken, in Drenthe, Zuidoost-Fryslân, Noord-Brabant en op de Waddeneilanden en zeer zeldzaam in de Hollandse duinen, in het oosten en midden van het land en in het rivierengebied.

Vlaanderen
Zeer zeldzaam. Waarschijnlijk op dit moment alleen nog maar in de omgeving van Herselt.

Wallonië
Uitgestorven of heel misschien nog zeer zeldzaam. Vroeger in Brabant en de Ardennen.

Wereld
In West-Europa. Van de Pyreneeën tot in Noordwest-Duitsland, Noord-Engeland en Ierland.

Meer

Zie ook de wetenschappelijke verklaring.

Verspreiding Spaanse ruiter

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten