Wilgenroosje

Algemeen

Verklaring Nederlandse naam

De verklaring is logisch. De bladeren lijken op die van een wilg, en de groeiplaats is ook vaak bij wilgen. De plant is absoluut geen roos, maar is wel een opvallende bloem (als een roos) tussen al dat groen en naast die wilgen.

Een prachtig verhaal over deze plant afkomstig van de site van IVN-Leiden.

In de zomer zijn vele vlakten en open plekken prachtig rozerood gekleurd door de bloemtrossen van de wilgenroosjes. Het ontstaan van het wilgenroosje is een romantisch verhaal.

Lang, lang geleden leefde aan de rand van het bos, te midden van prachtige bloemen een elfenfamilie in een wilde rozenstruik. Op warme zomerdagen speelden de kleine elfjes in de koele schaduw van het bos, aan de rand van een meertje. Op een mooie dag speelde een elfje aan de voet van een oude grote wilg, toen ze blij verrast een klein kaboutertje naar beneden zag klimmen. Sinds die dag speelden het elfje en het kaboutertje op alle warme dagen samen in het koele bos.
Toen zij groter groeiden werden ze verliefd op elkaar. Zij vertelden het aan hun ouders dat ze samen wilden gaan wonen. De verbazing en ontzetting bij de wederzijdse ouders was zo groot dat ze het hun kinderen verboden. Elfen en kabouter trouwen niet met elkaar! Elfen trouwen met elfen en kabouters met kabouters.
Het bedroefde elfje en de verdrietige kabouter vroegen de elfenkoningin om raad en goedkeuring. Deze zei: "een kabouter en een elfje op één kussen, daar zit de duivel tussen". De kabouter ging terug naar zijn wilg en treurde wekenlang, waardoor zijn wilg in een treurwilg veranderde. Ook het elfje ging terug naar haar rozenstruik aan de rand van het bos en huilde dagenlang. De elfenkoningin kon deze droefenis niet aanzien en trok op een heldere herfstdag naar de kabouterkoning voor overleg. Gezamenlijk besloten zij in grote wijsheid dat de twee voor altijd samen mochten leven, maar niet in de gedaante van elf en kabouter maar in een nieuwe gedaante: in de vorm het Wilgenroosje. Dankbaar en gelukkig aanvaarden ze het voorstel.
En zo leefden ze nog lang en gelukkig en kregen vele nakomelingen.

Namen in andere talen

  • English: Rosebay Willow-herb 
  • Français: Epilobe en épi
  • Deutsch:  Schmalblättriges Weidenröschen
  • Espanõl:
  • Italiano:
  • Svenska: Mjölke
  • Norsk: Geitrams
  • Dansk Gederams

Verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Rosebay Willow-herb. Dit betekent "rosebay wilgkruid". De echte complete verklaring voor Rosebay is onbekend. Het komt wel dichtbij de Nederlandse naam.

De Franse naam is Epilobe en épi. Dit is de Franse benaming voor een wetenschappelijke naam. "Een" want dit een typisch Wilgkruid maar men is er nog niet uit of de plant onder het geslacht Epilobium of Chamerion valt. Je ziet dus steeds een andere benaming.

De Duitse naam is Schmalblättriges Weidenröschen. Dit betekent "smalbladig weideroosje".

De Zweedse naam is Mjölke. Dit betekent "melkopwekkend". De plant werd vroeger aan het vee gegeven zodat het meer melk zou geven.

De Noorse en Deense  zijn aan elkaar verwant en hebben ongeveer dezelfde strekking, Geitrams/Gederams. Ged/Geit betekent "geit". Voor het woord Rams is geen simpele eenduidige verklaring. Het Deense Rams komt wel voor in oude woordenboeken maar is waarschijnlijk ontstaan in het Noors. Misschien betekent het wel "ram". Het totaal lijkt iets logisch want een uitgebloeid Wilgenroosje ziet wit van de zaadpluizen wat wel iets weg heeft van een "geitensik/baard". Alhoewel het Deense woord voor Geitenbaard Gedeskæg is. Dus let wel, dit is geen een op een verklaring.

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige tot half beschaduwde, open plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, stikstofrijke, vaak zwak zure en vaak omgewerkte grond (zand, leem, veen en stenige plaatsen).

Groeiplaats
Bossen (langs bospaden), bosranden, kapvlakten, brandplekken, stormvlakten, struwelen, hakhoutbosjes, houtwallen, langs spoorwegen (spoorbermen), bermen, grasland (grazige plaatsen, grenzend aan bosranden), afgravingen (zandgroeven), braakliggende grond, plantsoenen, steenglooiingen, tussen straatstenen, parkeerterreinen, afbraakterreinen, puinhellingen, waterkanten (rivieren, sloten, kanalen, basaltglooiingen en tussen stenen van beschoeiingen langs vaarten), zeeduinen, ruigten, in knotbomen, drooggevallen mosselbanken, meeuwenkolonies, drooggevallen zandplaten, opgespoten grond, stortterreinen, oude muren, afgebrand rietland en soms in akkers.

Verspreiding

Nederland
Zeer algemeen.

Vlaanderen
Zeer algemeen, maar iets zeldzamer in de Polders. In de twintigste en eenentwintigste eeuw heeft de soort zich sterk uitgebreid.

Wallonië
Zeer algemeen.

Wereld
Koude en gematigde streken op het noordelijk halfrond.

Meer

Zie ook de wetenschappelijke verklaring.

Verspreiding Wilgenroosje

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Foto's