Alliaria petiolata

Verklaring

Alliaria komt van Allium (Latijn) en betekent "look/knoflook". Dit omdat de plant, bij kneuzing, wel ruikt naar ui maar geen familie is. De Lookfamilie (Alliaceae) is een familie op zich. De Alliaria petiolata hoort bij de Brassicaceae (Kruisbloemen) familie. Toch werd het gebruikt bij het bereiden van een maaltijd. Dit bewijst bijvoorbeeld de Duitse en Spaanse naam.

Petiolata (Latijn) betekent "van bladstelen voorzien". Dit duidt op het bezit van bladstelen die bij de Alliumsoorten niet voorkomen.

Algemeen

Op de website van Flora van Nederland is een Videodeterminatie van deze plant te zien.

Namen in andere talen

  • English: Garlic Mustard
  • Français: Alliaire, Herbe aux aulx
  • Deutsch: Knoblauchsrauke
  • Espanõl: Aliaria
  • Italiano: Alliaria comune
  • Svenska: Löktrav
  • Norsk: Løkurt
  • Dansk: Almindelig løgkarse

verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Garlic Mustard. Dit betekent "knoflook mosterd". Deze plant is familie van de Mosterd=Kruisbloemenfamilie (Cruciferae of Brassicaceae: beide namen zijn toegestaan) en als je het blad tussen je vingers fijnwrijft ruik je ui/knoflook. De wetenschappelijke naam voor Knoflook is Allium sativum en die van Ui is Allium cepa.

Er zijn twee Franse namen:

  1. Alliaire: Dit is de Franse benaming voor het eerste deel van de wetenschappelijke naam.
  2. Herbe aux aulx. Dit betekent "kruid van de knofloken".

De Duitse naam is Knoblauchsrauke. Dit betekent "knoflookraket". Het woord knoflook wordt o.a. bij de Engelse naam uitgelegd. Het woord Raket is omdat dit ook een koolsoort is (zie Gewone raket (Sisymbrium officinale). De naam Raket (Rauke) zou afgeleid zijn van het Franse Roquette, een wilde Kool soort.

De Zweedse naam is Löktrav

De Noorse naam is Løkurt. Løk betekent "ui". Ört/eurt/urt is de Scandinavische term voor "kruid", dus uikruid.

De Deense naam is Almindelig løgkarse. Dit betekent "algemene ui raket", dus hetzelfde als de Duitse naam.

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Licht beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselrijke, met name stikstofrijke, vaak kalkhoudende, losse, meestal zandige grond (zand, leem, zavel).

Groeiplaats
Heggen, bosranden, struwelen, hakhoutbosjes, houtwallen (voedselrijke zomen), bossen (loofbossen, parkbossen en langs boswegen), halfbeschaduwde bermen, ruderale plaatsen en waterkanten (bosbeekoevers).

Verspreiding

Nederland
Algemeen, maar vrij zeldzaam in het noordoosten en in Flevoland.

Vlaanderen
Algemeen, maar wat minder algemeen in de Kempen.

Wallonië
Plaatselijk algemeen, maar grotendeels ontbrekend op de zure bodems van de Ardennen.

Wereld
In het grootste deel van Europa, in Noordwest-Afrika en Zuidwest-Azië. Ingeburgerd in Noord-Amerika.

Meer

Zie ook de Nederlandse verklaring.

Verspreiding Alliaria petiolata

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Foto's