Chamerion angustifolium

Algemeen

Ondanks de vergelijkbare naam Harig wilgenroosje (Epilobium hirsutum) is dit echt een totaal andere soort. En het is de enige Chamerion-soort die in het wild voorkomt in Nederland dus geen twijfel. Het is een echte pionierssoort. Als er ergens in een gebied brand is geweest of de grond is omgewerkt, of na een bombardement grote kans dat Wilgenroosje er het eerste te zien is. In Engeland heeft deze plant dan ook de volksnaam Fireweed of Bombweed meegekregen. De plant is terug te vinden in de vlag van Yukon (Provincie in Canada). Flag of Yukon Wilgenroosje bloeit in Juli tot en met September. 

Verklaring Wetenschappelijke naam

De officiële wetenschappelijke naam is Chamerion angustifolium (L.) Scop.

Chamerion is afgeleid van het Griekse Chamai dat "dwerg" betekent en Neros dat "vochtig" betekent. Angustifolium komt van Angusti (Latijn) dat "smal" betekent en Folium (Latijn) dat "blad" betekent. Dit omdat de plant stengelbladeren heeft die op die van een wilg lijken (lang en smal).

Meestal staat er achteraan de wetenschappelijke naam een afkorting. Dit is de afkorting van een wetenschapper/botanicus die deze plant deze plant heeft ontdekt/verzameld en tot details heeft beschreven. Soms staat er een tweede afkorting. Dan heeft een andere wetenschapper/botanist de plant nog beter  beschreven en iets gewijzigd. De eerste naam komt dan tussen haakjes te staan. In dit geval is dit L.

L. staat voor Carl Linnaeus. Scop. staat voor Giovanni Antonio Scopoli (3 juni 1723 – 8 mei 1788) was een Italiaanse arts en natuuronderzoeker.

Namen in andere talen

  • English: Rosebay Willow-herb 
  • Français: Epilobe en épi
  • Deutsch:  Schmalblättriges Weidenröschen
  • Espanõl: ?
  • Italiano: Chamerion angustifolium
  • Svenska: Mjölke
  • Norsk: Geitrams
  • Dansk Gederams

Verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Rosebay Willow-herb. Dit betekent "rosebay wilgkruid". Overal staat een mooi verhaal over de volksnaam Fireweed of Bombweed (zie de paragraaf Algemeen) maar over de naam Rosebay is niks te vinden dus de echte complete verklaring voor Rosebay is mij onbekend. Het komt wel dichtbij de Nederlandse naam.

Voor de verspreiding van Chamerion angustifolium in Engeland zie deze kaart

De Franse naam is Epilobe en épi. Dit is de Franse benaming voor een wetenschappelijke naam. "Een" want dit een typisch Wilgkruid maar men is er nog niet uit of de plant onder het geslacht Epilobium of Chamerion valt. Je ziet dus steeds een andere benaming.

De Duitse naam is Schmalblättriges Weidenröschen. Dit betekent "smalbladig weideroosje".

De Spaanse naam is Adelfilla o epilobio. Wat dit betekent  is mij onbekend.

In Spanje kent men minstens vier namen voor elke plant. De algemene volksnaam, de Catalaanse naam (Provincie in Noord+Oost Spanje tegen de Pyreneeën aan), de Gallische naam (provincie in Noord-West-Spanje) en de Baskische naam (provincie in West-Spanje tegen de Pyreneeën aan). Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.

De Zweedse naam is Mjölke. Dit betekent "melkopwekkend". De plant werd vroeger aan het vee gegeven zodat het meer melk zou geven.

Voor de verspreiding van Chamerion angustifolium in Zweden zie deze kaart.

De Noorse en Deense  zijn aan elkaar verwant en hebben ongeveer dezelfde strekking, Geitrams/Gederams. Ged/Geit betekent "geit". Voor het woord Rams is geen simpele eenduidige verklaring. Het Deense Rams komt wel voor in oude woordenboeken maar is waarschijnlijk ontstaan in het Noors. Misschien betekent het wel "ram". Het totaal lijkt iets logisch want een uitgebloeid Wilgenroosje ziet wit van de zaadpluizen wat wel iets weg heeft van een "geitensik/baard". Alhoewel het Deense woord voor Geitenbaard Gedeskæg is. Dus let wel, dit is geen een op een verklaring.

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige tot half beschaduwde, open plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, stikstofrijke, vaak zwak zure en vaak omgewerkte grond (zand, leem, veen en stenige plaatsen).

Groeiplaats
Bossen (langs bospaden), bosranden, kapvlakten, brandplekken, stormvlakten, struwelen, hakhoutbosjes, houtwallen, langs spoorwegen (spoorbermen), bermen, grasland (grazige plaatsen, grenzend aan bosranden), afgravingen (zandgroeven), braakliggende grond, plantsoenen, steenglooiingen, tussen straatstenen, parkeerterreinen, afbraakterreinen, puinhellingen, waterkanten (rivieren, sloten, kanalen, basaltglooiingen en tussen stenen van beschoeiingen langs vaarten), zeeduinen, ruigten, in knotbomen, drooggevallen mosselbanken, meeuwenkolonies, drooggevallen zandplaten, opgespoten grond, stortterreinen, oude muren, afgebrand rietland en soms in akkers.

Verspreiding

Nederland
Zeer algemeen.

Vlaanderen
Zeer algemeen, maar iets zeldzamer in de Polders. In de twintigste en eenentwintigste eeuw heeft de soort zich sterk uitgebreid.

Wallonië
Zeer algemeen.

Wereld
Koude en gematigde streken op het noordelijk halfrond.

Meer

Zie ook de Nederlandse verklaring

Verspreiding Chamerion angustifolium

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Foto's