Chelidonium majus

Algemeen

Stinkende gouwe is een beetje aparte plant. Hij behoort tot de Papaverfamilie (Papaveraceae) maar de bloemen zien er uit of we met een Kruisbloemige te maken hebben. Het blad lijkt op een eikenblad en de plant heeft zoveel haren dat je denkt met een ruwharige te maken te hebben. Maar het meest opvallende, wat geen enkele wilde plant heeft, is het goud/gele melksap. De plant staat van oudsher bekend om zijn geneeskrachtige eigenschappen. In het melksap zitten 10 belangrijkste werkzame stoffen (alkaloïden): waaronder chelerythrine, chelidonine, sanguinarine en berberine, zuren, etherische olie en enzymen, onder andere protease. 

Stinkende gouwe is erg algemeen en bloeit vanaf Mei tot in de herfst.

Op de website van Flora van Nederland is een Videodeterminatie van deze plant te zien.

Verklaring Wetenschappelijke naam

Er zijn twee verklaringen:

  1. Chelidonium komt van Celi (Latijn) en betekent "hemel", en van Donum (Latijn) en betekent "gave". Dit kan duiden op de sterk geneeskrachtige werking van deze plant.(je zou letterlijk kunnen zeggen "god zei dank").
  2. Chelidonium komt van Chelidon (Grieks) en betekent "zwaluw". Dit omdat de plant bloeit met de komst van zwaluwen en verwelkt met het vertrek van zwaluwen. Dioscorides en Plinius beweren zelfs dat het gele sap door de zwaluwen aan hun blinde jongen werd gegeven om deze weer ziende te maken.
  3. Majus (Latijn) en betekent "groot". Men onderscheidde in de oudheid ook nog Chenidonium minus, waarmee Speenkruid werd bedoeld.

Namen in andere talen

  • English: Greater Celandine
  • Français:Grande Chélidoine
  • Deutsch: Schöllkraut
  • Espanõl:
  • Italiano: Celidonia o erba da porri
  • Svenska: Skelört
  • Norsk: Svaleurt
  • Dansk: Svaleurt

verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Greater Celandine. Dit betekent "grotere celandine". Het woord Celandine laat zich moeilijk vertalen. De uitleg is als volgt. De plant Gewoon speenkruid (Ficaria verna subsp. verna) is de florale equivalent van de zwaluw. Bij de bloei van deze plant verscheen ook de eerste zwaluw (21 februari) in het land. Heel vroeger kreeg Speenkruid dus de Griekse naam Chelidonium van Chelidon (Grieks) wat "zwaluw" betekent. En hier begon de verwarring want Chelidonium was al vergeven aan een een andere plant, Stinkende gouwe (Chelidonium majus), deze plant dus. Stinkende gouwe heette Greater celandine en bloeit veel later en is ook absoluut geen familie van de Boterbloemfamilie wat Speenkruid wel is. Om dit op te lossen kreeg deze kleinere plant, Speenkruid, de naam Lesser celandine.

De Franse naam is Grande Chélidoine. Dit is de Franse vertaling van de Engelse naam.

De Duitse naam is Schöllkraut. Men veronderstelt dat deze namen ontstaan zijn uit de wetenschappelijke naam Chelidonium. Anderen beweren dat deze Duitse benamingen zijn ontstaan uit het Oudhoogduitse sceljan: afschillen of ontschorsen. De plant stond namelijk bekend als een uitstekend middel bij oogziekten en wel in het bijzonder bij staar, om de vlekken op de ogen, zoals dit heette, te verwijderen. Dit middel is wel zeer oud; in de middeleeuwen schreef men dat het sap goed was om ‘scelle of vlecke’ weg te nemen of, zoals Dodonaeus zich uitdrukt: ‘Goet om de schelle en lickteekenen die op den appel vander ooghen groeyen, wech te nemen, ende ’t ghesichte te verscherpen.

De Zweedse naam is Skelört. Dit woord is net zo als het Duitse woord ontstaan uit het wetenschappelijke Chelidonium.

De Noorse en Deense naam is gelijk, Svaleurt. Dit betekent "zwaluweneurt". Het woord Zwaluw wordt uitgebreid bij de Engelse naam uitgelegd. Ört/eurt/urt is de Scandinavische term voor "kruid", dus "zwaluwkruid".

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Licht beschaduwde (soms zonnige) plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, stikstofrijke, vaak omgewerkte en kalkhoudende grond (zand, leem, zavel of stenige plaatsen).

Groeiplaats
Plantsoenen, bossen (parkbossen, lichte plaatsen in loofbossen en beekoeverwallen), bosranden, struwelen, houtwallen, heggen, hakhoutbosjes (voedselrijke zomen), verhardingen, op muren, rivierduinen (lichte loofbossen), zeeduinen (bermen, struwelen en lichte loofbossen aan de dinnenduinrand), ruderale plaatsen, tuinen, beschaduwde, omgewerkte grond, braakliggende grond en ruigten.

Verspreiding

Nederland
Vrij algemeen, maar vrij zeldzaam in het noordoosten en in het Waddengebied.

Vlaanderen
Algemeen, maar iets minder in de Polders en de Kempen.

Wallonië
Vrij algemeen.

Wereld
Gematigde streken in Europa en Azië en op een paar plaatsen in het uiterste noordwesten van Afrika. Ingeburgerd in o.a. Noord-Amerika (subsp. majus) en Nieuw-Zeeland.

Meer

Zie ook de Nederlandse verklaring.

Verspreiding Chelidonium majus

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Foto's