Claytonia sibirica

Algemeen

In Nederland kennen we twee Postelein soorten, namelijk de Roze winterpostelein en de (Witte) winterpostelein Claytonia (perfoliata). Deze laatste komt uit noord-Amerika. Daar werd hij gegeten door Indianen en Goudzoekers. Deze groente was rijk aan vitamine C en bleek later uiteraard een prima middel tegen scheurbuik. Hierdoor werd deze plant ook in Europa (in de negentiende eeuw) bekend en massaal geteeld. Nu niet meer maar Witte winterpostelein komt algemeen in het wild voor in Nederland. Roze winterpostelein heeft ongeveer dezelfde weg afgelegd (de plant komt ook uit noord-oost-Azië. Niet om zijn eetbaarheid maar gewoon omdat het een mooie tuinplant was/is. Halverwege de twintigste eeuw verspreidde deze plant zich over heel Europa. Hij bloeit vanaf Mei tot en met Augustus.

Verklaring

Claytonia is zo genoemd naar een botanicus, J. Clayton die in Amerika veel planten verzamelde.

Sibirica wil zeggen dat de plant uit Siberië komt (Oost-Azié)

Namen in andere talen

  • English: Pink Purslane
  • Français: Claytonie de Sibérie
  • Deutsch: Sibirisches Tellerkraut
  • Espanõl:
  • Italiano:
  • Svenska: Vårsköna
  • Norsk: Sibirportulakk
  • Dansk: Sibirisk Vinterportulak

verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Pink Purslane. Dit betekent "roze purslane". Bij het verhaal Algemeen staat dat er o.a. ook een witte vorm voor komt. Purslane is van het Oudfranse Porceleine. Dit is het gepolijste laagje wat op schelpen zit. Dit kan weer worden vergeleken met de glans van Postelein. 

De Franse naam is Claytonie de Sibérie. Dit is de Franse benaming voor de volledige wetenschappelijke naam.

De Duitse naam is Sibirisches Tellerkraut. Dit betekent "siberisch tellerkruid". Het Siberisch wordt o.a bij de Franse naam uitgelegd. Alle Posteleinsoorten (Claytonia) heten in Duitsland Tellerkraut. Dit betekent "plaatkruid". Hiermee wordt eigenlijk de Witte winterpostelein (Claytonia perfoliata, synoniem: Montia perfoliata) bedoeld. De bovenste stengelbladeren zitten rond de stengel en hebben de vorm van een soort plaat/schotel. De witte bloemen hebben zich als het ware doorheen geboord en zitten dan in het midden van het blad/plaat/schotel.

De Zweedse naam is Vårsköna. Dit betekent "lente schoonheid". De Winterpostelein is een echte lentebloeier (vanaf Mei tot en met Augustus).

De Noorse en Deense naam is nagenoeg gelijk, Sibirportulakk/Sibirisk Vinterportulak. Dit is de Noors/Deense benaming van de wetenschappelijke naam. Vroeger was de soort opgenomen in de posteleinfamilie (Portulacaceae) vandaar de Noors/Deense naam Portula(k)k.

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Halfbeschaduwde tot beschaduwde plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, humushoudende, zure, vaak kalkarme en omgewerkte grond (zand en leem).

Groeiplaats
Bossen (omgewerkte grond in loofbossen en naaldbossen en parkbossen), bosranden, heggen, struwelen, waterkanten (beschaduwde beekoevers), kwekerijen, tuinen, plantsoenen, begraafplaatsen en soms tussen straatstenen (weinig belopen delen).

Verspreiding

Nederland
Plaatselijk vrij algemeen in het oosten en midden van het land, in de Hollandse en Zeeuwse duinen en in stedelijke gebieden. Ingeburgerd tussen 1925 en 1949.

Vlaanderen
Zeer zeldzaam ingeburgerd. Het meest in de Kempen. De soort breidt zich uit.

Wallonië
Niet in Wallonië.

Wereld
Oorspronkelijk uit Noordoost-Azië en het noordwesten van Noord-Amerika. Ingeburgerd in West-Europa.

Meer

Zie ook de Nederlandse verklaring

Verspreiding Claytonia sibirica

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten