Kaal knopkruid


Algemeen

Kaal knopkruid is niet inheems (hij komt hier niet van origine voor) en is begin negentiende eeuw ingevoerd vanuit zuid-Amerika (Peru) naar Duitsland (Bremen). Waarschijnlijk is het van daaruit "ontsnapt" en heeft zich verder verspreid. Zowel Harig knopkruid (Galinsoga quadriradiata) als Kaal knopkruid komen massaal voor in Nederland. Naast de wel of niet aanwezige haren zijn er duidelijke verschillen. In een goede flora zijn die te vinden. Deze plant bloeit vanaf Juni tot ver in de herfst.

Verklaring Wetenschappelijke naam

Galinsoga komt van Ignacio Mariano de Galinsoga (1766-1797). Deze Spaanse arts aan het hof was ook beheerder van de botanische tuinen in Madrid.

Parvi komt van Paruos (Grieks) en betekent "klein" en Flora (Latijn) betekent "bloem" wat natuurlijk slaat op de kleine bloemen van deze plant, zeker t.o.v. de bladeren.

Namen in andere talen

  • English: Gallant soldier, Littleflower quickweed
  • Français: Galinsoga à petites fleurs
  • Deutsch: Kleinblütiges Franzosenkraut
  • Espanõl: Soldado galante
  • Italiano: Galinsoga comune
  • Svenska: Gängel
  • Norsk: Peruskjelfrø
  • Dansk: Håret Kortstråle

verklaring buitenlandse namen

Er zijn twee Engelse namen:

  1. Gallant soldier. In tegenstelling tot het Harig knopkruid (Galinsoga quadriradiata) welke Shaggy soldier (harig/slordige soldaat) heet heet deze soldaat Gallant, "braaf/galant". Een keurig geknipte bijna kale soldaat dus. De naam Soldier wil waarschijnlijk zeggen dat deze plant mee is gekomen met soldaten (zie de Duitse verklaring).
  2. Littleflower quickweed: Dit betekent "kleinbloemig vlugkruid". De bloemen van deze plant zijn in verhouding tot het blad erg klein.Het woord snel/vlugkruid is als volgt uit te leggen. Het is een eenjarige plant die in een dag of drie van bloei tot zaad komt en zich daardoor nogal verspreidt. Een negen weken oude plant kan zeer veel bloemen tellen (wel meer dan duizend; drieduizend is wel eens geteld) en produceert pakweg 7000 zaden (gemiddeld 24 per bloemetje). De plant kan zijn levenscyclus in vijftig dagen voltooien. Per jaar zijn meerdere generaties mogelijk. Een zaadje houdt meer dan vijf jaar zijn kiemkracht.

De Duitse naam is Kleinblütiges Franzosenkraut. Dit betekent "kleinbloemig fransozenkruid". Het woord Kleinbloemig is het onderscheid tussen het Behaartes Franzosenkaut (Harig knopkruid (Galinsoga quadriradiata)en deze plant. De naam Fransozenkruid komt naar verluidt uit de eerste helft van de 19e eeuw zich tijdens de Franzosenkriege (verzamelnaam voor oorlogen in de 17e eeuw t/m begin 19e eeuw) toen de plant zich verspreidde. Er is rond 1799 in Bremen al met de plant geëxperimenteerd. Begin 19e eeuw liet de botanicus Carl Christian Gmelin de zaden van de plant uit Madrid overkomen. Hij zaaide deze uit in de botanische tuin van Karlsruh en van daar uit verspreidde het zaad zich verder.

De Italiaanse naam is Galinsoga comune. Dit betekent "algemene galinsoga". Ook weer ter onderscheid tussen Galinsoga ispida (Kaal knopkruid (Galinsoga parviflora) en deze plant.

De Zweedse naam is Gängel. Ter onderscheid van het Harig knopkruid krijgt het de naam Här (Harig) als voorvoegsel.

Voor Gängel zijn meerder verklaringen. Maar geen van alle zijn eenduidig of logisch.

  • Gängel betekent "een gebogen constructie die een wieg/mand stevig maakt". Hiermee wordt het iets wat gebogen bloemhoofdje bedoeld, of de stengel?
  • Gängel komt van het werkwoord Gå, afkomstig van het Duitse werkwoord Gehen wat Gaan betekent".
  • Gängel komt van Gänglig". Het staat voor iemand die niet graag loopt/beweegt/sportief is en dus smalle ledematen heeft. Doelend op de stengel? 

 De Noorse naam is Peruskjelfrø. Dit betekent letterlijk "Peru zaden met schelpschubben". De plant komt van origine uit Zuid Amerika (Peru) en de naam zegt iets over het uiterlijk van de zaden.

De Deense naam is Kortstråle betekent "korte straalbloemen", een algemeen kenmerk voor veel composieten. Ter onderscheid van het Harig Knopkruid wordt de naam Kiertel (Klier) als voorvoegsel hier niet gebruikt.

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge tot vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke, bemeste, niet te zware en vaak kalkarme grond (van zand tot zavel).

Groeiplaats
Akkers (hakvruchtakkers), moestuinen, omgewerkte grond, braakliggende grond, plantsoenen, tussen straatstenen, tegen muren, ruderale plaatsen, langs spoorwegen, heggen, struwelen, bermen (omgewerkte plaatsen) en waterkanten (zandstrandjes langs beken en rivieren).

Verspreiding

Nederland
Vrij algemeen, maar zeldzaam op de Waddeneilanden, in Zeeland, het noordelijk zeekleigebied en in Flevoland. Ingeburgerd sinds 1863.

Vlaanderen
Algemeen ingeburgerd, maar zeldzamer in de Polders. Voor het eerst gevonden in 1827.

Wallonië
Algemeen, met name in Brabant. Zeldzaam ten zuiden van de lijn Samber en Maas.

Wereld
Oorspronkelijk uit Zuid- en Midden-Amerika, met name Mexico en het Andesgebergte (Peru). In het begin van de 19de eeuw begon het in Europa vanuit Duitsland te verwilderen. Inmiddels groeit het ook in noordelijk Noord-Amerika, in Zuid- en Oost-Azië, Australië en in een groot deel van Afrika.

Meer

Zie ook de Nederlandse verklaring.

Verspreiding Galinsoga parviflora

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten