Helminthotheca echioides

Algemeen

Als je Dubbelkelk waarneemt denk je in eerste instantie aan een Paardebloem of een andere composiet. Je loopt er zo voorbij...tot je de witachtige bultjes op de stengelbladeren ziet en het erg harige karakter. Weinig planten (Composieten) lijken op deze plant. Alleen Echt bitterkruid (Picris hieracioides) is een serieuze kandidaat. Alleen heeft deze plant gave stengelbladeren en veel minder haren. Dubbelkelk is de enige soort Helminthotheca die in het wild voorkomt in Nederland. Carl Linnaeus heeft deze plant in 1753 samen met Bitterkruid in het zelfde geslacht ingedeeld (Picris) maar later in 1973 heeft een andere botanicus de plant ingedeeld in een apart geslacht (Helminthotheca). Dubbelkelk bloeit in Juli tot en met September.

Verklaring Wetenschappelijke naam

De officiële wetenschappelijke naam is Helminthotheca echioides (L.) Holub

Helminthotheca is afgeleid van het Oudgriekse ἕλμινθος (Helmins, Helminthos) dat "darmworm" betekent, en θήκη (Theca) dat "een doos of "een doos is",  gebruikt in de anatomie en zoölogie om de schede rond een orgaan te beschrijven. Het woord Darmworm verwijst dus naar het uiterlijk van de zaden van de Dubbelkelk die veel op nematodeneieren lijken.

Echioides komt van de gelijkenis van de bladeren met die van Slangenkruid (Echium vulgare), die ook blaarachtige haartjes op het oppervlak hebben. Het achtervoegsel -oides betekent "-achtig". Het gaat hier dus om het eerste gedeelte van de wetenschappelijke naam van Slangenkruid

Meestal staat er achteraan de wetenschappelijke naam een afkorting. Dit is de afkorting van een wetenschapper/botanicus die deze plant deze plant heeft ontdekt/verzameld en tot details heeft beschreven. Soms staat er een tweede afkorting. Dan heeft een andere wetenschapper/botanist de plant nog beter  beschreven en iets gewijzigd. De eerste naam komt dan tussen haakjes te staan. In dit geval is dit L. Dit staat voor Holub.

L staat voor Carl Linnaeus. In 1953 beschreef hij de soort als Picris echlioides in de publicatie Species plantarum.

     

Holub staat voor Josef Ludwig Holub (5 Februari 1930 - 23. Juli 1999). Hij was een Tsjechische botanicus . Door nieuw ontdekte soorten te beschrijven en de systematiek van verschillende plantengroepen te reorganiseren, droeg hij bij aan overzichtsedities van de Tsjechische en Europese flora. Hij was o.a. één van de oprichters van het Tsjechisch Botanisch Instituut, waar hij lange tijd werkte. Hij heeft bijgedragen aan de oprichting van de afdeling Biosystematiek en de oprichting van het tijdschrift Folia Geobotanica & Phytotaxonomica, uitgegeven door het instituut.

Meer

Zie ook de Nederlandse verklaring

Namen in andere talen

  • Frysk: ?
  • English: Bristly oxtongue
  • Français: Picride fausse vipérine
  • Deutsch: Wurmlattich
  • Espanõl: Rasposa
  • Italiano: Aspraggine
  • Svenska: Lyktfibbla
  • Norsk: Tornbeiske
  • Dansk: Vingekurv

Verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Bristly oxtongue. Dit betekent "borstelige ossentong". Een beetje dubbelop, lijkt op Ossentong maar dan nog hariger. De Gewone ossentong (Anchusa officinalis) heet in het Engels trouwens common bugloss. Dubbelkelk heeft absoluut niets te maken met Ossentong. Je ziet dit in andere talen ook terug, maar dan met een andere plant. Het heeft alleen te maken met het harig karakter van de plant.

Voor de verspreiding van Dubbelkelk in Engeland zie deze kaart.

De Franse naam is Picride fausse vipérine. Dit betekent "Picride valse Slangenkruid". Dit heeft enige uitleg nodig. Deze plant werd in 1953 voor het eerst beschreven door Carl Linnaeus als Picris echioides. Later is Dubbelkelk ingedeeld bij een andere familie. Zie de wetenschappelijke naam. Valse Slangenkruid wil alleen maar zeggen dat de beide planten, dus Dubbelkelk en Slangenkruid, vol met haren bezet zijn. Verder heeft Dubbelkelk absoluut niks te maken met Slangenkruid.

De Duitse naam is Wurmlattich. Dit betekent "wormsla". Vroeger werd Dubbelkelk algemeen geteeld als middel tegen wormbesmetting. Deze praktijk vind je gedeeltelijk ook in het Middellandse Zeegebied, al wordt deze sla ook als wilde groente gegeten. Het kan natuurlijk ook zijn dat de naam is afgeleid n.a.v. de vorm van de zaden die lijken op die van darmparasieten en dat de plant gewoon als sla werd gegeten.

Voor de verspreiding van Dubbelkelk in Duitsland zie deze kaart.

De Spaanse naam is Rasposa. Dit betekent "rasp". Dit n.a.v. de stijve beharing op de plant.

In Spanje kent men minstens vier namen voor elke plant. De algemene volksnaam, de Catalaanse naam (Provincie in Noord+Oost Spanje tegen de Pyreneeën aan), de Gallische naam (provincie in Noord-West-Spanje) en de Baskische naam (provincie in West-Spanje tegen de Pyreneeën aan). Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.

De Italiaanse naam is Aspraggine. Dit is de Italiaanse benaming voor een aminozuur. Dit stofje zit in de plant Echt bitterkruid (Picris hieracioides) en zorgt voor de bittere smaak bij consumptie. Aangezien Dubbelkelk en Bitterkruid tot 1973 in hetzelfde geslacht zaten (zie paragraaf Algemeen) is de naam Aspraggine ter onderscheid van de plant in Nederland bekend als Bitterkruid die in Italië L'aspraggine comune heet. Of Asspraggine ook in Dubbelkelk zit is mij onbekend.

De Zweedse naam is Lyktfibbla. Lykt zou kunnen afgeleid worden van Lykta dat "lantaren" betekent. Fibbla is eigenlijk onbekend maar word door Google steeds vertaald met Leeuwentand. Dit zou allemaal kunnen want qua vorm en uiterlijk heeft de bloem wel iets weg van een lantaren en een Leeuwentand-soort. Maar de juiste vertaling is mij nog onbekend.

Voor de verspreiding van Dubbelkelk in Zweden zie deze kaart.

De Noorse naam is Tornbeiske. De enige vertaling die ik kon vinden is "doorn bitttere dood". Die doorn snap ik wel. Het is gewoon een verwijzing naar de stijve borstelachtige haren op de plant. Misschien is Bitter wel weer een verwijzing naar het Bitterkruidverhaal (zie paragraaf Algemeen). Maar het woord Dood is mij volledig onbekend.

De Deense naam is Vingekurv. Dit betekent "vleugel mand". Een mooi woord! De mand is voor Denen een soort bloembodem omgeven door 'vleugelachtige' kelkbladen.

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige, warme, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, stikstofrijke, kalkhoudende grond (klei, zavel en zand).

Groeiplaats
Grasland (ruig grasland), bermen (open plekken), dijken (open plekken), omgewerkte grond, ruigten (kalkrijke ruigten), ruderale plaatsen, langs stortterreinen, waterkanten (langs beken), akkers (graanakkers en luzernevelden), ruigten, molshopen en ingestorte steile kantjes.

Verspreiding

Nederland
Plaatselijk vrij algemeen in Zeeland en in aangrenzende gebieden en vrij zeldzaam in Zuid-Limburg en in het rivierengebied. Elders zeer zeldzaam of ontbrekend.

Vlaanderen
Vrij algemeen in het kustgebied. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam en dan met name in stedelijke gebieden.

Wallonië
Zeldzaam in Brabant en de Kalkstreek.

Wereld
Oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië, Noord-Afrika, Zuid-Europa en Zuidwest-Europa. Ingeburgerd in West- en Midden-Europa en in Noord- en Midden-Amerika.

Verspreiding Dubbelkelk

 Verspreiding Dubbelkelk

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Planten in het nieuws

Op het blog stadsplanten.nl staat een leuk stuk over deze plant (o.a. over de verspreiding)

Foto's