Leucojum aestivum

Algemeen

Tijdens een excursie in de buurt van de Oude maas (Rhoon) heb ik deze plant samen met de, ook typisch voor dit gebied, Spindotterbloem (Caltha palustris subsp. araneosa) massaal gezien. Ook als cultivar kom je hem nog wel eens tegen. Het grote verschil met het lenteklokje is dat deze plant 3 bloemen heeft per stengel i.p.v. twee. Hij bloeit van April t/m Juni.

Verklaring Wetenschappelijke naam

Het woord Leucojum komt van Leucos (grieks) en betkent "wit", de kleur van de boemen.

Aestivum is Latijn en betekent Zomer

Namen in andere talen

  • English: Summer Snowflake
  • Français: Nivéole d'été
  • Deutsch:  Sommer-knotenblume
  • Espanõl:
  • Italiano: Campanelle maggiori
  • Svenska: Sommarsnöklocka
  • Norsk:
  • Dansk: Sommer-hvidblomme

Verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Summer Snowflake. Dit betekent "zomersneeuwklokje".

Voor de verspreiding van Leucojum aestivum in Engeland zie deze kaart

De Franse naam is Nivéole d'été. De naam Nivéole is afgeleid van Galanthus nivalis (Gewoon sneeuwklokje). De volledige naam betekent dan ook weer "zomer sneeuwklokje".

De Duitse naam is Sommer-knotenblume. Dit betekent letterlijk "zomer-knopenbloem". Het is meer een knoop dan een stengel met bloem en kroonblaadjes.

De Italiaanse naam is Campanellino. Dit betekent "klokje". Uiteraard naar de vorm van de bloem. Een wel heel algemene naam maar kennelijk genoeg voor de Italianen om te weten om welke plant het gaat.  Maggiori betekent "groot". Deze toevoeging is ter onderscheid van het Lenteklokje  (Leucojum vernum). Er is niet één specifieke Italiaanse naam voor een plant, dit verschilt per regio. De hier genoemde naam kan ook nog varianten hebben.

Voor de verspreiding van Leucojum aestivum in Zweden zie deze kaart.

De Noorse naam is

De Deense naam is Sommer-hvidblomme. Dit betekent letterlijk "zomer-witbloemetje".

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige, soms licht beschaduwde, warme plaatsen op natte, neutrale, matig voedselrijke tot voedselrijke, stikstofrijke, humeuze grond (meestal klei, vaak wat venig of soms leem, zand of zavel).

Groeiplaats
Grasland (moerassig grasland, riviergrasland, venig boezemland, zowel hooiland als hooiweiden), moerassen (buitendijks rietland), waterkanten (oeverruigten langs beken en rivieren) en wilgengrienden.

Verspreiding

Nederland
Zeldzaam in laagveengebieden in het westen van het land en zeer zeldzaam in het zoetwatergetijdengebied, langs de benedenloop van de grote rivieren en langs de Vecht. Elders alleen verwilderd.

Vlaanderen
Zeer zeldzaam in het dal van de Grote Nete en Kleine Nete, bij Waregem en in Klein-Brabant. Vroeger ook langs de Schelde bij Antwerpen.

Wallonië
Slechts op een plaats in de Scheldvallei.

Wereld
In Zuidwest-Azië en Zuid-, West- en Midden-Europa. Noordelijk tot in Nederland en Groot-Brittannië. Ingeburgerd in Noord-Amerika.

Meer

Zie ook de Nederlandse verklaring

Verspreiding

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Foto's