Primula elatior

Algemeen

Naast andere sleutelbloemen, de Stengelloze sleutelbloem (Primula vulgairs) en de Gulden sleutelbloem (Primula vulgaris) is dit de plant die het meest voldoet aan de naam Sleutelbloem. Alle drie de soorten Sleutelbloemen zijn echte Stinsenplanten en bloeien dus vroeg. Deze plant al in Maart, April en Mei. De andere twee beginnen een maandje later met bloeien maar zijn ook een maand later uitgebloeid. Alle Sleutelbloemen zijn in het wild zeldzaam maar worden veelvuldig ingezaaid (bijv. als voorbeeld maar ook gewoon om heel vroeg in het voorjaar iets bloeiends te hebben). Diergaarde Blijdorp heeft de grootste collectie Primula’s in Nederland met 84 soorten van de ruim 440 soorten wereldwijd Zie de paragraaf Planten in het nieuws). De genoemde 3 Sleutelbloemen zijn de enige Primula-soorten die in het wild voorkomen in Nederland. 

Op de website van Flora van Nederland is een Videodeterminatie van deze plant te zien.

Verklaring Wetenschappelijke naam

De officiële wetenschappelijke naam is Primula elatior (L.) Hill

Primula is het verkleinwoord van Primus (Latijn) en betekent "eerste". Dit duidt op de vroege bloei van de plant in de lente. Dit las ik op een Italiaanse Wiki-pagina. De naam van het geslacht ("Primula") is afgeleid van een oude Italiaanse uitdrukking die lentebloem betekent (en zelfs eerder zou het kunnen zijn afgeleid van het Latijnse primus ). Aan het begin van de Renaissance duidde deze term onverschillig op elke bloem die bloeide zodra de winter eindigde, dit was bijvoorbeeld de manier om de lentemadeliefjes ( Bellis perennis - Daisy) aan te duiden. Later werd de betekenis echter beperkt als een specifieke naam (in de huidige spraak) tot de plant van dit artikel (aan het einde "Common Primrose"), en als de naam van het hele geslacht in botanische verhandelingen. In de wetenschappelijke literatuur was een van de eerste botanici die de naam "Primula" voor deze bloemen gebruikte PA Matthioli (1500 - 1577), arts en botanicus uit Siena

De soortnaam "elatior" (Latijn) betekent "hoog verheven". De Slanke sleutelbloem is gekenmerkt door de lange hoge bloeistengel, vandaar.

Meestal staat er achteraan de wetenschappelijke naam een afkorting. Dit is de afkorting van een wetenschapper/botanicus die deze plant deze plant heeft ontdekt/verzameld en tot details heeft beschreven. Soms staat er een tweede afkorting. Dan heeft een andere wetenschapper/botanist de plant nog beter  beschreven en iets gewijzigd. De eerste naam komt dan tussen haakjes te staan. In dit geval is dit (L.) Hill

L. staat voor Carl Linnaeus. In 1753 beschreef hij als eerste de soort als Primula veris var.elatior in de publicatie Species Plantarum. 

     

Hill staat voor Sir John Hill (1716-1775). Hij was een Engelse componist, acteur, schrijver en botanicus. Hij droeg bij aan hedendaagse tijdschriften en voerde literaire gevechten met dichters, toneelschrijvers en wetenschappers. Hij wordt herinnerd voor zijn geïllustreerde botanische compendium The Vegetable System , een van de eerste werken die de nomenclatuur van Carl Linnaeus gebruikte . Als erkenning voor zijn inspanningen werd hij in 1774 door Gustav III van Zweden tot ridder in de Orde van Vasa benoemd en noemde zichzelf daarna Sir John Hill. In 1765 herschreef hij in dit werk de soort als Primula elatior.

      

Gek genoeg word Linnaeus niet altijd genoemd, dus de wetenschappelijke naam zonder (L.).

Meer

Zie ook de Nederlandse verklaring.

Namen in andere talen

  • Frysk: Ranke peaskeblom
  • English: Oxlip
  • Français: Primevère élevée
  • Deutsch: Hohe Schlüsselblume
  • Espanõl:
  • Italiano: Primula maggiore
  • Svenska: Lundviva
  • Norsk: Hagenøkleblom
  • Dansk: Fladkravet Kodriver

verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Oxlip. Dit woord is samengesteld ui Ox dat natuurlijk "os" betekent en Lip. Lip is afgeleid van het oudEngelse Slyppe dat "slijk/moeras/sompig etc." betekent. Totaal gezien verwijst de naam naar een plant die groeit op een vochtige bodem waar ook vee graast. Een interessant verhaal vond ik op deze (Engels) site. Jarenlang werd gedacht dat de Oxlip een Cowslip ondersoort was. Pas in 1842 deed de botanicus Henry Doubleday enkele kweektesten die suggereerden dat dit niet het geval was. Ter controle stuurde hij een deel van het zaad dat hij had gebruikt naar Charles Darwin, die het zelf testte. Toen Darwin vergelijkbare resultaten kreeg, schreef hij een paper om het werk van Doubleday te bevestigen.

Voor de verspreiding van Slanke sleutelbloem in Engeland zie deze kaart.

De Franse naam is Primevère élevée. Dit is de Franse benaming voor de volledige wetenschappelijke naam.

De Duitse naam is Hohe Schlüsselblume. Dit betekent "hoge sleutelbloem'. Het is de Duitse vertaling van de wetenschappelijke naam.

De Spaanse naam is mij onbekend. Ik zie ook niet of nauwelijks waarnemingen in Spanje.

De Italiaanse naam is Primula maggiore. Dit betekent "grotere primula". Eigenlijk is dit het zelfde als de Duitse naam, grotere is daar "hogere".

Er is niet één specifieke Italiaanse naam voor een plant, dit verschilt per regio. Er is een algemene volksnaam en ook nog een variatie of een volledige andere naam in een van de 17 provincies. Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.

De Zweedse naam is Lundviva. Lund betekent "bos". Maar dan niet in de betekenis van schaduw minnend maar letterlijk een groep bomen of groeiend in een bosje. De verdere betekenis van deze naam is mij onekend.

Voor de verspreiding van Primula elatior in Zweden zie deze kaart.

De Noorse naam is  Hagenøkleblom. Hage betekent "tuin". Nøkle betekent "sleutel" en Blom betekent natuutlijk "bloem". Dus "tuin sleutelbloem".

De Deense naam is Fladkravet Kodriver. Flad betekent "plat/vlak". Kravet betekent "eis".Alle Sleutelbloemen (Primulaceaea) heten in Denemarken Kodriver.Dit betekent "koedrijver/koeien-begeleider". Waarom is mij onbekend.

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Licht beschaduwde of soms zonnige plaatsen op vochtige tot vrij natte, matig voedselrijke, weinig of niet bemeste, vaak kalkhoudende, lemige grond (slibrijk zand, leem, löss en mergel).

Groeiplaats
Bossen (bronbossen in heuvelachtige streken en hellingbossen), hakhout, waterkanten (zandige afkalvende bosbeekoevers en langs sloten) en grasland (bergweiden en beekdalhooiland).

Verspreiding

Nederland
Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, in het oosten van het land en in Noord-Brabant. Zeer zeldzaam in Gelderland en in het oostelijk rivierengebied.

Vlaanderen
Vrij zeldzaam, maar plaatselijk algemeen. Het meest in de Leemstreek en de Zand- en Zandleemstreek.

Wallonië
Vrij zeldzaam, maar plaatselijk algermeen. Het meest in Brabant, het Maasdistrict en Lotharingen.

Wereld
Hoofdzakelijk in Midden-Europa, met een geïsoleerd deelareaal in de Kaukasus.

Verspreiding Primula elatior

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten

Planten in het nieuws

Een mooi verhaal over de Primula-collectie in Rotterdam.