Adelaarsvaren plant Pteridium aquilinum


Algemeen

Dit is voorlopig de enige varen op deze site. Hij staat hier omdat de naam mij aansprak. Deze plant is giftig, vooral de bladeren.

 verklaring Wetenschappelijke naam

Pteron (grieks) betekent "vleugel" wat weer betrekking heeft op de Nederlandse naam, Adelaarsvaren.

Aquila (latijn) betekend "arend" wat ook betrekking heeft op de Nederlandse naam.

Namen in andere talen

  • English: Bracken, Brake fern
  • Français: Fougère aigle
  • Deutsch: Adlerfarn
  • Espanõl: helecho águila
  • Italiano: felce aquilina
  • Svenska: örnbräken
  • Norsk: Einstape
  • Dansk: Ørnebregne 

Verklaring buitenlandse namen

Er zijn 2 Engelse namen:

  1. Bracken: Het woord Bracken is van oudNoorse origine. Dit wordt altijd vertaald met "adelaarsvaren".
  2. Brake fern: Brake is een verbastering is van Bracken en Fern betekent "varen" en dan vertaal je deze naam als "adelaarsvaren varen".

De Franse naam is  Fougère aigle.  Fougère betekent "varen" en Aigle "adelaar".

De Duitse naam is Adlerfarn, dus het zelfde als de Nederlandse naam.

De Spaanse naam is helecho águila.  Helecho betekent "varen" en Águila "adelaar".

De Italiaanse naam is Felce aquilina. Felce betekent "varen" en Aquilina "adelaar". Er is niet één specifieke Italiaanse naam voor een plant, dit verschilt per regio. De hier genoemde naam kan ook nog varianten hebben.

De Zweedse naam is Örnbräken: Örn betekent "adelaar" en Bräken komt, zoals hierboven beschreven, uit het Oudnoors en betekent "adelaarsvaren".

De Noorse naam is Einstape. Dit vertaal je ook met Adelaarsvaren. Maar hiermee worden 1 soort en 2 ondersoorten mee bedoeld, dus de Pteridium aquilinum, de Pteridium aquilinum ssp. latiusculum en de Pteridium aquilinum ssp. aquilinum.

De Deense naam is Ørnebregne. Ørne betekent weer "adelaar" en Bregne is afgeleid van Bräken dus "adelaarsvaren", het zelfde als de Nederlandse naam.

Ecologie & Verspreiding

Adelaarsvaren staat op zonnige tot half beschaduwde, droge tot vochtige, stikstof- en kalkarme, matig voedselarme, humeuze, vaak basenarme, zure grond (zand, leem, veen en uitgeloogde duingrond). Ze groeit in loof- en oude naaldbossen, in bosranden, op kapvlakten en brandplekken, in struwelen en op uitdrogend hoogveen, in ontkalkte binnenduinen en op droogvallende zandplaten. Verder in heiden en borstelgraslanden, op spoordijken, basaltglooiingen en muren, in akkers en in bermen. De plant heeft een wereldwijde verspreiding, maar komt niet voor in de grote woestijngebieden, de poolstreken en in het Amazonebekken. Ze breidt zich uit d.m.v. haar wortelstokken, sporen worden door de wind verspreid en kunnen alleen kiemen op kale grond, die kalk- en voedselarm is en tamelijk veel mineralen bevat. Het instuiven van meststoffen leidt tot uitbreiding. De soort is giftig maar vroeger werden de jonge scheuten gegeten. Ze werd voor verschillende doeleinden gebruikt o.a. bij het leerlooien en als matrasvulling. Medisch werd ze aangewend tegen Engelse ziekte.

CC-BY-SA 3.0 René van Moorsel, 2015

Meer

Zie ook de Nederlandse verklaring.

Verspreiding Pteridium aquilinum

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten