Rumex sanguineus var sanguineus


Algemeen

Je zou denken dat een Zuring soort het overal doet in Nederland. In het tegendeel. Hij doet het het best beneden de Grote rivieren. Er boven komt hij wel voor maar veel minder.

Om toch een goed inzicht te krijgen in deze familie staat op het YouTube-kanaal van Floron een lezing over o.a. de Zuring-soorten (Rumex). Later in deze video staat een uitleg over het Duizendknoopgeslacht (Persicaria, Fallopia en Polychonum)

Bloedzuring bloeit in Juni en Juli.

Er komen minstens 11 Zuring (Rumex) soorten in het wild voor in Nederland en bijna alle zijn algemeen dus een goede flora is zeker nodig:

Verklaring Wetenschappelijke naam

De officiële wetenschappelijke naam is Rumex sanguineus L.

Er zijn twee verklaringen voor Rumex:

  1. Rumex (Latijn) betekent "lans/spies" wat duidt op de pijlvormige bladeren van sommige soorten zuring.
  2. De naam rumex kan ook afgeleid zijn van Rhyma (Grieks) wat "stroom" betekend. Dit omdat veel soorten rumex groeien op vochtige plaatsen.

Sanquineus is afgeleid van Sanquis (Latijn) en betekent "bloedverlies".

Er zijn meerde verklaringen voor het woord bloed (verlies):

  • Tijdens de bloei is de plant meestal geheel lichtgroen. Pas als de vruchten rijp zijn krijgt de plant een bruinrode tint. Men kan hierin de kleur van gestold bloed zien.
  • Misschien heeft de naam betrekking op de paars generfde bladeren. Alhoewel dit meestal weggelegd is voor cultivars (tuinplanten) en niet voor wilde exemplaren.
  • Als de plant net begint te bloeien lijken er bloeddruppels te ontstaan omdat de bloemdekbladeren bloedrood zijn.

Meestal staat er achteraan de wetenschappelijke naam een afkorting. Dit is de afkorting van een wetenschapper/botanicus die deze plant deze plant heeft ontdekt/verzameld en tot details heeft beschreven. Soms staat er een tweede afkorting. Dan heeft een andere wetenschapper/botanist de plant nog beter  beschreven en iets gewijzigd. De eerste naam komt dan tussen haakjes te staan. In dit geval is dit L. Dit staat voor Carl Linnaeus. In 1753 beschreef hij Rumex sanguineus voor het eerst in zijn publicatie Species Plantarum.

     

Meer

Zie ook de Nederlandse verklaring.

Namen in andere talen

  • Frysk: Reade surk
  • English: Wood Dock, Redveined Sorrel
  • Français: Oseille sanguine
  • Deutsch: Blut-Ampfer
  • Espanõl: Acedera
  • Italiano: Romice sanguigno
  • Svenska: Skogsskräppa
  • Norsk: Skoghøymol
  • Dansk: Skovskræppe

Verklaring Buitenlandse namen

Er zijn twee Engelse namen:

  1. Wood Dock: Wood betekent natuurlijk "bos". Bloedzuring is van origine een bosplant.  Dock is een Engelse verzamelnaam voor Zuringplanten maar waarom dit Dock heet is mij onbekend.
  2. Redveined Sorrel: Red betekent natuurlijk "rood". Veined betekent "gëaderde" en Sorrel heb ik hierboven uitgelegd. Deze zuring heeft vaak roodgëaderde nerven op het blad.

Voor de verspreiding van Bloedzuring in Engeland zie deze kaart.

De Franse naam is Oseille sanguine.Oseille is afgeleid van het Latijnse Acidulus en betekent "enigszins zuur". De bladeren van alle Zuring-soorten (Rumex) smaken zuur/bitter door de aanwezigheid van oxaalzuur en tannine in de bladeren. Sommige soorten zijn te zuur om te eten maar andere soorten worden gekweekt als bladgroente of voor het gebruik als kruid. Sanguine is het Franse woord voor de tweede wetenschappelijke naam voor Bloedzuring.

De Duitse naam is Blut-Ampfer. Blut betekent natuurlijk "bloed". Een verwijzing naar de bloedrode nerven van de stengekbladeren, net als bij de Bloedzuring (Rumex sanguineus). Ampfer is een oud Duits woord dat "scherp/zuur/bitter" betekent. De bladeren van alle Zuring-soorten (Rumex) smaken zuur/bitter door de aanwezigheid van oxaalzuur en tannine in de bladeren. Sommige soorten zijn te zuur om te eten maar andere soorten worden gekweekt als bladgroente of voor het gebruik als kruid. Het woord Ampfer word in Duitsland gebruikt voor planten uit het Rumex (Zuring)-geslacht.

Voor de verspreiding van Bloedzuring in Duitsland zie deze kaart.

De Spaanse naam is Acedera:. Acederilla komt waarschijnlijk van Ácido en dit betekent "zuur". Maar dit is een algemene verklaring. Welke zuring hiermee bedoeld word is mij onbekend.

In Spanje kent men minstens vier namen voor elke plant. De algemene volksnaam, de Catalaanse naam (Provincie in Noord+Oost Spanje tegen de Pyreneeën aan), de Gallische naam (provincie in Noord-West-Spanje) en de Baskische naam (provincie in West-Spanje tegen de Pyreneeën aan). Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt,

De Italiaanse naam is Romice sanguigno. Dit is de Italiaanse benaming voor de volledige wetenschappelijke naam. Romice is de Italiaanse benaming voor Rumex. Het is de Italiaanse naam voor elke soort uit het Zuring-geslacht. Dit woord word bij het eerste gedeelte van de wetenschappelijke naam uit gelegd. Sanquigno is de Italiaanse benaming voor het tweede gedeelte van de wetenschappelijke naam.

Er is niet één specifieke Italiaanse naam voor een plant, dit verschilt per regio. Er is een algemene volksnaam en ook nog een variatie of een volledige andere naam in een van de 17 provincies. Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.

De Zweedse en Deense naam is nagenoeg gelijk, Skogsskräppa/Skovskræppe : Skog betekent "bos" en Skräppa betekent "zuring". Met die dubbele S betekent het "zuring van het bos". Een duidelijke verwijzing dat deze Zuring graag groeit in halfschaduw en niet te droge grond.

Voor de verspreiding van Bloedzuring in Zweden zie deze kaart.

De Noorse naam is Skoghøymol. De exacte betekenis hiervoor is mij nog onbekend. Skog betekent "bos". Niet dat deze plant in het bos te vinden is. Bos staat hier voor het feit dat de plant schaduw minnend is. Een mogelijke verklaring voor Hømol is dat dit uit het IJslands komt, heimula. Dit betekent zoiets als "huis/thuis". Het staat voor elke Zuring-soort die vaak vlak bij een "thuis" te vinden is.

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Licht beschaduwde plaatsen op vochtige of soms vrij natte, neutrale tot licht kalkhoudende, matig voedselrijke tot voedselrijke, humeuze grond (leem, kleiig, zavel en beekafzettingen).

Groeiplaats
Bossen (loofbossen, bronbossen, natte bossen, valleibossen, hoge delen van grienden en langs bospaden), houtkanten, kapvlakten, bermen, zeeduinen, ruderale plaatsen en waterkanten.

Verspreiding

Nederland
Vrij algemeen in het zuiden en oosten, in het rivierengebied en in de Hollandse en Zeeuwse duinen, vrij zeldzaam in laagveengebieden. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Vlaanderen
Vrij algemeen in de Leemstreek en de Maasvallei. Elders vrij zeldzaam, maar zeldzaam in delen van de Vlaamse zandstreek en de Kempen.

Wallonië
Vrij algemeen, maar zeldzaam in de Ardennen.

Wereld
Europa, behalve in het noorden. Het meest in West- en Midden-Europa. Ook in Zuidwest-Azië en Noord-Afrika. Ingeburgerd in Noord-Amerika en waarschijnlijk eveneens in Zuiid-Amerika.

Bron: Wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Verspreiding Rumex sanguineus

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten