
Algemeen
Samen met Akkerdistel (Cirsium arvense) en Gekroesde melkdistel (Sonchus asper) zijn dit de pioniers onder de distels die je tot de voordeur kan tegenkomen. De wortels kunnen wel 1meter diep komen en dit maakt de plant niet geliefd bij iedereen. De plant wordt beschouwd als een invasieve soort vanwege zijn snelle groei, overvloedige zaadproductie (maximaal wel 200.000 zaden!) en brede verspreiding. De plant gedijt goed in verstoorde omgevingen, zoals bermen en landbouwvelden, en verspreidt zich agressief via door de wind verspreide zaden. Hij vormt dichte populaties die de inheemse vegetatie verdringen door zich snel te vestigen in open gebieden, vooral na bodemverstoring. Gele melkdistel kent vele kleurvariaties vandaar niet één maar twee foto's als voorbeeld bij dit artikel.De plant kent/kende vele culinaire en medicinale doeleinden. Ik vond deze tabel op een Wiki-pagina waarin de verschillen/overeenkomsten staan van 4 soorten Melkdistel. Elk jaar organiseert Floron na kerstmis de plantenjacht. Landelijk word dan gekeken welke planten nog bloeien. Deze plant staat steevast in de top 10! De Gewone melkdistel bloeit vanaf Juni tot in de herfst en dus soms zelfs in de winter.
Op de website van Flora van Nederland is een Videodeterminatie van deze plant te zien.
Er komen minstens 5 soorten Melkdistel (Sonchus) in het wild voor in Nederland:
- Akkermelkdistel (Sonchus arvensis) - algemeen
- Gekroesde melkdistel (Sonchus asper) - algemeen
- Gewone melkdistel (Sonchus oleraceus) - algemeen
- Moerasmelkdistel (Sonchus palustris) - algemeen
- Zeeemelkdistel (Sonchus arvensis var. maritimus) - vrij zeldzaam
De term Distel is een Ruim begrip. Meestal lezen mensen "een stekelige composiet". Er zijn 5 soorten "Distels":
- Carduus
- Tengere distel (Carduus tenuiflorus) - zeer zeldzaam
- Kruldistel (Carduus crispus) - algemeen
- Knikkende distel (Carduus nutans) - algemeen
- Langstekelige distel (Carduus acanthoïdes) - zeer zeldzaam
- Carlina
- Driedistel (Carlina vulgaris) - zeldzaam
- Eryngium, dit geslacht heet wel distel maar is onderdeel van de Schermbloemenfamilie (Umbelliferae of Apiaceae)
- Blauwe zeedistel (Eryngium maritimum) - zeldzaam
- Kruisdistel (Eryngium campestre) - algemeen
- Vlakke kruisdistel (Eryngium planum) - algemeen
- Melkdistel (Sonchus)
- Akkermelkdistel (Sonchus arvensis) - algemeen
- Gekroesde melkdistel (Sonchus asper) - algemeen
- Gewone melkdistel (Sonchus oleraceus) - algemeen
- Moerasmelkdistel (Sonchus palustris) - algemeen
- Zeeemelkdistel (Sonchus arvensis var. maritimus/Sonchus maritimus) - vrij zeldzaam
- Vederdistels (Circium)
- Akkerdistel (Cirsium arvense) - algemeen
- Kale jonker (Cirsium palustre) - algemeen
- Moesdistel (Cirsium oleraceum) - zeldzaam
- Spaanse ruiter (Cirsium dissectum) - vrij zeldzaam
- Speerdistel (Cirsium vulgare) - algemeen
- wollige distel (Cirsium eriophorum) - zeer zeldzaam
Verklaring Wetenschappelijke naam
Hoe komt een wetenschappelijke naam tot stand?
Een wetenschappelijke naam word niet zomaar gegeven. Iedereen (wetenschappers, floristen, liefhebbers etc.) moet tenslotte weten dat het over dezelfde plant gaat. Botanische nomenclatuur is de formele naamgeving van planten. Deze wordt geregeld door de International Code of Nomenclature for algae, fungi, and plants (ICN of ICNafp), een wetboek dat de wetenschappelijke namen van algen, schimmels en planten regelt.
Deze heet zo sinds het Internationaal Botanisch Congres in Melbourne in 2011, dat tot de naamswijziging besloot. Tot die tijd heette dit wetboek de International Code of Botanical Nomenclature (ICBN). In 1905 heeft het Internationaal Botanisch Congres van Wenen besloten om de publicatie van de eerste druk van Species plantarum te kiezen als het beginpunt van de moderne nomenclatuur voor planten. Dat betekent dat alle namen van vóór dit werk van Linnaeus niet meetellen, ook als die namen de vorm van een tweedelige naam hebben. Overige informatie staat op deze Wiki-pagina.
De officiële wetenschappelijke naam is Sonchus oleraceus L.
De naam Sonchus heeft te maken met het woord Somphos (Grieks) dat "week/zacht/slap of hol betekent. Dit slaat op de hoedanigheid van de holle, licht breekbare stengel.
Oleraceus komt van Olus (Latijn) en betekent "eetbaar". Dit duidt erop dat vooral de jonge bladeren als een soort sla of kool gegeten werden.
Meestal staat er achteraan de wetenschappelijke naam een afkorting. Dit is de afkorting van een wetenschapper/botanicus die deze plant deze plant heeft ontdekt/verzameld en tot details heeft beschreven. Soms staat er een tweede afkorting. Dan heeft een andere wetenschapper/botanist de plant nog beter beschreven en iets gewijzigd. De eerste naam komt dan tussen haakjes te staan. In dit geval is dit L. Dit staat voor Carl Linnaeus. In 1753 beschreef hij Sonchus oleraceus in de publicatie Species Plantarum maar Pedanius Dioscorides beschreef de de plant al in 512.


meer
Zie ook de Nederlandse verklaring.
Bevruchting en verspreiding
Hoe bestuiven insecten bloemen?
Eerst een grappig detail. Carl Linnaeus beschreef in zijn publicatie Species Plantarum het plantenrijk verdeeld op basis van het aantal meeldraden stempels in de bloem. Deze publicatie kwam voor het eerst uit in 1753. Pas 20 jaar! later in 1793 beschreef Christian Konrad Sprengel de daadwerkelijke functie van deze meeldraden en het belang hiervan i.c.m. insecten.
De meeste planten worden door insecten bestoven. Maar niet elke plant is geschikt voor elk insect. Hier is over nagedacht! Vingerhoedskruid is bijv. geschikt voor grote bijen e.d. Maar een hommel past nooit in een smalle kelkbuis van bijv. Blauw glidkruid. Elke plant is gebouwd voor bepaalde insecten. Planten met een groot bloem oppervlak zoals bijv. een Klaproos of Madeliefje.
Ook geur is belangrijk voor bestuivers. Denk maar aan de geur van Welriekende nachtorchis. Deze geur lokt Nachtvlinders naar de bloem. Ook Poelruit heeft bijv. een aparte geur die dan weer een specifiek soort bestuiver aan trekt. Sommige planten vinden wij als mensen niet echt prettig ruiken, insecten denken daar anders over. Varkenskers is daar een goed voorbeeld van.
Ook de kleur van de plant is belangrijk. Want wat wij waarnemen ziet een insect anders. Het menselijk oog ziet een deel van het lichtspectrum (tussen de 400 en 750nm) niet wat een insecten-oog wel ziet (tussen de 315 en 400nm). Onderstaande afbeelding geeft dit goed weer.
Juist dit stukje is voor bestuivers erg belangrijk. Wat wij zien als een twee egaal gekleurde bloemen die niet zoveel in kleur van elkaar verschillen ziet een insect als twee totaal andere bloemen. De kleuren geel en wit komen bij circa 58% van de inheemse plantensoorten voor.
UV-licht laat soms precies zien waar die lekkere nectar zich in de bloem bevindt middels honingmerken. Dit zijn specifieke vormen in het midden van de bloem, met donkere lijnen, vlekjes op de kroonbladen. Deze vormen worden in dit deel van het lichtspectrum zichtbaar waar wij egaal gekleurde kroonblaadjes zien. Deze honingmerken zijn soms zichtbaar. Kijk maar naar de gele ringen van Vergeet mij nietjes-soorten of de gele vlek in het hart van een Maartsviooltje. Maar het honingmerk van een Zonnebloem wordt pas zichtbaar in UV-licht.
De bloemen van Gewone melkdistel zijn tweeslachtig (hermafrodiet). Of zelfbestuiving daadwerkelijk plaats vindt is mij onbekend. De plant moet het hebben van insectenbezoek. De bloemen (alleen buisbloemen, lintbloemen zij er niet) verspreiden een aangename geur die vele insecten aantrekt. Honingbijen blijken de hoogste bezoekfrequentie te hebben, gevolgd door andere bijensoorten uit de geslachten Halictus en Lasioglossu. Na bevruchting vallen de zaden op de grond en worden vervolgens voornamelijk verspreid door insecten zoals mieren . Bij dit type plant komt ook een ander type verspreiding voor. De haakjes op de schutbladen van het omhulsel haken zich vast aan de haren van passerende dieren, waardoor de zaden van de plant zelfs over grote afstanden worden verspreid.
Namen in andere talen
- Frysk: Molktiksel
- English: Smooth Sow-thistle, Annual Sowthistle
- Français: Laiteron maraîcher
- Deutsch: Kohl-Gänsedistel
- Espanõl: Cerraja
- Italiano: Grespigno degli orti
- Svenska: Kålmolke
- Norsk: Haredylle
- Dansk: Almindelig Svinemælk
Verklaring buitenlandse namen
Er zijn twee Engelse namen:
- Smooth Sow-thistle: Dit betekent "zachte zaagdistel". De bladeren van deze plant zijn ook gezaagd net zoals bijv. de Kruldistel (Carduus crispus) of de Akkerdistel (Cirsium arvense) maar steken niet zo erg. De naam is ter onderscheid van de Gekroesde melkdistel (Sonchus asper) die in het Engels juist "Prickly Sow-thistle" heet
- Annual Sowthistle: Dit betekent "jaarlijkse zaagdistel". Niet alle distels zijn meerderjarig. Soms vormen zij een rozet en het volgend jaar groeit deze uit tot een distel (twee-jarig).
Voor de verspreiding van Gewone melkdistel in Engeland zie deze kaart.
De Franse naam is Laiteron maraîcher. Laiteron kan je het beste vertalen met "melkachtig". Maraîcher betekent "groente/fruitteler". Een logische naam want deze plant bevat eiwitten, koolhydraten, calorieën, vet, calcium, fosfor, ijzer, natrium, kalium, vitamine A, B1, B2, B3 en C. Prima dus als maaltijd voor mens of dier. De wetenschappelijke naam bevestigt dit nog eens.
De Duitse naam is Kohl-Gänsedistel. Dit betekent "kool-ganzendistel". Ik heb niet de indruk dat deze distel nu typisch ganzen- of varkensvoer was. Ook niet dat deze door dit vee werd gegeten. Het is volgens mij maar een naam om de soort aan te duiden. Wel werd de plant vroeger veel gebruikt voor culinaire toepassingen. Soms ook medicinaal.
Voor de verspreiding van Gewone melkdistel in Duitsland zie deze kaart.
De Spaanse naam is Cerraja. Meestal word dit vertaald met "gewone zaagdistel". De naam Ceraja zou afgeleid kunnen zijn van Cera wat "was" betekent. Deze plant bevat Latex en die heeft dezelfde uitstraling als "was". Aangezien ik dit niet zeker weet is de betekenis van deze naam mij onbekend.
In Spanje kent men minstens vier namen voor elke plant. De algemene volksnaam, de Catalaanse naam (Provincie in Noord+Oost Spanje tegen de Pyreneeën aan), de Gallische naam (provincie in Noord-West-Spanje) en de Baskische naam (provincie in West-Spanje tegen de Pyreneeën aan). Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.
De Italiaanse naam is Grespino comune. Grespino is de algemene naam voor "distel". Comune betekent "gewoon".
Er is niet één specifieke Italiaanse naam voor een plant, dit verschilt per regio. Er is een algemene volksnaam en ook nog een variatie of een volledige andere naam in een van de 17 provincies. Ik heb de meest voorkomende algemene naam gebruikt.
De Zweedse naam is Kålmolke. Dit betekent "kool-melk". Dus deze naam heeft ongeveer de zelfde strekking als de Duitse naam.
Voor de verspreiding van Gewone melkdistel in Zweden zie deze kaart.
De Noorse naam is Haredylle. Dit is afgeleid van Haredyl wat "haasachtig" betekent, naar de vorm van de bladeren.
De Deense naam is Almindelig Svinemælk. Dit betekent "algemene zwijnen-melk". Svine betekent "varken" en Maelka "melk van" dus "melk van/voor een varken? De Deense benaming voor het melksap.
Ecologie & Verspreiding
Ecologie
Bodem
Zonnige, open plaatsen op vochtige, voedselrijke, vaak omgewerkte, zwak zure tot kalkhoudende grond (alle grondsoorten, maar minder op veen).
Groeiplaats
Akkers (hakvruchtakkers), moestuinen, bermen (open plekken), braakliggende grond, ruigten, plantsoenen, tussen straatstenen, langs stoepranden, tegen en op (oude) muren, puinhopen, bij kuilvoerhopen, mesthopen, afgravingen (kalkgroeven en leemgroeven), ruderale plaatsen, waterkanten (aanspoelselgordels), vloedmerk aan de zeekust, heggen en bosranden.
Verspreiding
Nederland
Zeer algemeen.
Vlaanderen
Zeer algemeen, maar iets minder algemeen in de Kempen.
Wallonië
Algemeen, maar minder algemeen in de Ardennen.
Wereld
Oorspronkelijk uit Europa en Azië. Nu in alle werelddelen, in gematigde en tropische gebieden.
Bron: Wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL
Planten in het nieuws
Verspreiding Sonchus oleraceus

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten