Vicia sepium

Algemeen

Dit leuke verhaal las ik op de website van Flora van Nederland: Bij goed kijken naar de steunblaadjes van Heggenwikke kun je aan een kant een ronde bruine vlek zien. Als je bij zonnig weer kijkt kun je zien dat die vlek wat vocht afscheidt. We noemen dit een extra-floraal nectarium. Een klier buiten de bloem die nectar afscheidt. Deze extra-florale nectariën trekken insecten aan, zoals onder meer mieren. Wat de functie precies is, is nog onbekend. Mogelijk schrikken zoogdieren van de mieren en eten daarom niet van Heggenwikke.

Ook op de site van Flora van Nederland staat een determinatievideo van deze plant.

Verklaring Wetenschappelijke naam

Vicia komt van Vincio (Latijn) en betekent "vlechten/winden/binden". Dit duidt op het groeigedrag van deze plantenfamilie.

Sepium (Latijn) betekent "heg of haag", waarlangs de haagwinde omhoog klimt , vooral op enigszins vochtige en voedselrijke plaatsen. Sepium is weer afgeleid van Saepio wat "omwikkelende of omtrekkende beweging" betekent.

Namen in andere talen

  • English: Bush vetch
  • Français: Vesce des haies
  • Deutsch: Zaun-Wicke
  • Espanõl:
  • Italiano: Veccia delle selve
  • Svenska: Häckvicker, Sydhäckvicker
  • Norsk: Gjerdevikke
  • Dansk: Gærde-Vikke

verklaring Buitenlandse namen

De Engelse naam is Bush vetch. Dit betekent "heggewikke. Het is de Engelse benaming voor de Nederlandse naam.

De Franse naam is Vesce des haies. Ook dit is de benaming voor de Nederlandse naam, Heggenwikke.

De Duitse naam is Zaun-Wicke. Dit betekent ook weer "heggenwikke".

 Er zijn twee Zweedse namen:

  1. Häckvicker: Dit betekent "heggewikke".
  2. Sydhäckvicker: Dit betekent "zuidelijke heggenwikke" want in Zweden komt ook de ondersoort Nordhäckvicker "noordelijke Heggenwikke (Vicia montana)" voor. Deze heeft heeft smalle, langwerpige bladeren en kleinere, lichtere bloemen.

De Noorse naam is Gjerdevikke. Dit betekent wederom"heggewikke".

De Deense naam is Gærde-Vikke. Dit betekent ook weer "hek/omheining wikke".

Ecologie & Verspreiding

Ecologie

Bodem
Zonnige tot vaak licht beschaduwde plaatsen op matig vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, neutrale tot vaak iets kalkhoudende grond (mergel, löss, klei, leem, zavel, lemig zand en soms venig zand of venige klei).

Groeiplaats
Heggen, bosranden, struwelen (voedselrijke zomen), houtwallen, hakhoutbosjes, bossen (kalkhellingbossen, lichte loofbossen en langs bospaden), ruigten, dijken (met name aan de voet van dijken), waterkanten (slootkanten), grasland (in uiterwaarden in weinig of niet bemest hooiland) en licht beschaduwde bermen.

Verspreiding

Nederland
Vrij algemeen in Zuid-Limburg, Noord-Brabant, het rivierengebied en aangrenzende laagveengebieden in Zuid-Holland en Utrecht. Elders vrij zeldzaam, maar zeer zeldzaam op de Waddeneilanden, in het noordelijk zeekleigebied en in Flevoland.

Vlaanderen
Algemeen in de Leemstreek en de Maasvallei. Veel zeldzamer in de Kempen en in de kuststreek.

Wallonië
Vrij algemeen.

Wereld
Bijna heel Europa, maar weinig in het Middellandse-Zeegebied. Ook in gebieden met een gematigd klimaat in Azië.

Meer

Zie ook de Nederlandse verklaring.

Verspreiding Vicia sepium

FLORON Verspreidingsatlas vaatplanten